Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 472
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera).
38
De meeste hedendaagsche
theologen namen
trichotomisme over, en zelfs
dit
Gereformeerde i<ringen hoort men wel spreken van „lichaam,
in
Alleen dan zal het rechte inzicht
ziel
en geest".
deze zaak verkregen worden, als
in
we weer
naar de bronnen teruggaan.
Het lag nu dat
zij
in
ternaar.
geschied
hier
staat uit lichaam en ziel
kunnen
willen geven,
waar
wij dus geen gebruik
dit
punt meenden
toch den mensch
zij
dan hadden
zij
een
echter geen ternaar gaan verzinwerkelijk een
er
Homine
locus de
(cf.
;
hier geenszins het geval
is
op
c.s.
konden
uit drie factoren,
Men mag
alleen
is,
maken, en dat
van
gebruik
een wezen bestaande
als
oog springende
't
zooals
nen,
uitkwamen
voor de ternaar zeer gelukkig
doen optreden zeer
den aard der zaak, dat Delitzsch
in
mag men
is
er
de mensch toch be-
;
pag. 23 v.v.)
:
van wat
zij
ons
maken.
Augustinus gebruikt de termen
memoria, intelligentia en voluntas.
Maar nu allicht niet
en
niet,
waarom
den, zouden
staat en begrijpt
naast de intelligentia en voluntas het perceptievermogen.
Om
deze reden
men En
Als wij geen blijvend perceptievermogem had-
:
menschen
geen
wij
gebeurd was. Juist
vroeger
hierbij
hiermede bedoelt. Die uitdrukking verdedigen wij dan ook
hij
zetten
dat ?
vreemd dat de memoria
het
lijkt
wat
het
zijn
en
we zouden dan
alles
dat wij indrukken en
feit
vergeten wat
gewaarwordingen
kunnen percipieeren, maakt het.geheele bestaan van onzen menschelijken persoon uit. Nog onlangs hoorde men van eene vrouw in Amerika die plotseling geheugen
het
niets
had verloren
wegvallen
het
bij
dat
is
de ellendigste die men zich denken kan
dan wat men op dat oogenblik
monade, In
dien
Wat
spreekt.
wat
zullen
het wij
dan uiteen
memoria noemt,
tot
persoon in
banden weg, men weet
rijke
het dat Augustinus het bedoelt als
is
hij
ik
alle
en de mensch wordt eene eenzame
ik
bestaan te genieten
dag aan dag door het geheugen leven.
ligt,
nu
zin
heeft,
we, zoo het ons gegund wordt het
terwijl
dat in de memorie
is
;
memoriale perceptie gaan
der
is
maakt, verliest
zijn,
niets anders
hij
van de memorie
dan ons „ik"
men de memorie dan
;
de memorie
verdwijnt het ik;
dan moeten wij de continuïteit hebben, en die gaat
:
de memorie,
d.
de verbeelding,
i.
d.
de continuïteit van ons bestaan i.
in
de continuïteit van ons bestaan
het verleden, en in
:
de toekomst.
Bovendien heeft men ook gewezen op de psychisch-speciilatieve werkzaamheid van den mensch.
Augustinus kelijkheid
zegt
eene
er van, dat
voorstelling
dan krijgen we dus een
de geest
maakt van
ik (subiectief)
{ttvi^jj-x)
in
zichzelven,
den mensch met noodzazichzelven
en de voorstelling van dat
obiectiveert, ik
(geobiec-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's