Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 257
college-dictaat van een der studenten
§
•
hing
saam met
was van een
eigen god.
zonden. bezit
Dit
Romeinen
de
dus
het
hem
w.
het algemeen,
in
kend geweest Exod. 33
nl.
Mozes'
geschiedt,
Daar wordt dus (Exod. dat
3
zal
klinkt
niet
godsnaam
de
Jehova
men
inzat
al
;
;
die moest
Nebukadnezar daarom noemde
of van een land aan
Welnu,
er
is
Necho precies zoo gedaan
geen enkele heeft
de
bij
het
ür\h "'nyniJ
De Heere
6.
naam mn^ ook vroeger be-
toonen, dat de
te
nu voor het :
men
begreep, dat
rechtvaardig, Hij heeft zijn recht vol-
is
dat
aan
laten
x^
op een
zegt, dat Hij al zijne
gaan en dan den naam mn^ :n^Ni "lon-n-n d^bn
:
"^ix
parallelle plaats,
goedigheid voorbij
En
zal uitroepen.
p:ini
mnn
ba np'
7\'U'^
een naam uitgeroepen, maar de inhoud van den vroeger
waarvan Exod. 6
Eerst als wij dit weten, in
weet dat
genoemden naam geopenbaard, eene verklaring gegeven.
enz.)
het ook,
is
om
34
coll,
aangezicht
dat
als
19
:
is,
Jojakim.
in
Ik wijs
is.
z.
van dat land toegeschreven.
verandering van Eljakim Dit
z.
onderstellen,
te
w.
d.
werd de overwinning eener plaats
altoos
niet
—
Vandaar de naamsverandering.
Mattanja
in
d.
dier stad of
om
reden,
niet vergeten
de beschermgod de stad wilde behouden
als
dat
niet,
Want
god
den
idee, dat elke plaats in het
nog
Latijn
zijn
evocabant deos";
„qui
Zidkijahu,
trokken.
polytheïstisch
Wie
gestemd worden.
gunstig
verstond hij
—
zou vermogen,
niets
het
239
Dei.
de belegering van eene of andere stad de priesters voorop
bij
trekken,
lieten
De NOMiNiBUS
6.
kunnen
En
3 ons spreekt.
:
wij
nu verder het gebruik van dezen naam
de Heilige Schrift nagaan.
Reeds
de eerste hoofdstukken des Bijbels vinden wij dezen naam gebe-
in
Het eerst
zigd.
cap. 2
:
dit 4de
bonden
Van
bij
2:4.
Gen.
Daaruit
3.
2 hoort nog In
in
cap.
blijkt
cap.
In
vinden wij doorloopend D\i^N,
1
wel de vergissing der indeelers
D\n!'N.
cap. 4 af
wordt
de eerste s van cap.
1.
vers van Gen. 2 wordt mn*' niet
met
;
tot in
Zoo ook mn-"
in
op
zichzelf gebezigd;
maar ver-
vers 7 en 8 en zoowat in heel cap. 2 en
op zichzelf gebruikt. De combinatie van mn^ met
komt dan verder hoogst zelden
voor,
ter
oorzake van
den rythmus
3.
D\"i^N ;
een
Exodus en verder nu en dan in de Psalmen. De uitdrukking in Gen. 4 26 „Toen begon men den naam mn> aan
enkel maal in
:
roepen"
wettigt
gesteld.
Dat volgt
veel
later
begonnen
het
vermoeden,
aan
te
dat
die
niet uit cap. 2 of 3,
geschreven. is
:
Maar
naam toen reeds
want
natuurlijk, het
hier staat bepaald, dat
roepen, met den
naam mn\
men
?x,
in
te
gebruik werd
boek Genesis toen, Nip!>
is
^mn,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's