Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 945
college-dictaat van een der studenten
Hoofddeel Ten als
bijna
in
al
deze
stelling,
komt
dan
eerste
:
we
De Electione et Reprobatione.
5.
krijgen zoo electie en reprobatie in omgekeerde orde
de oude dogmaticken en zooals die
n.I.,
255
band
dat de
leeft
de gewone voor-
in
tussclien praedestinatie en electie hierop neer-
:
er
10.
een electie, die bepaalt: A,
is
komt
nu
20.
al
hebben
Wij
nu
B
en
andere alleen voor
het
maken, dat die A, B en
C
zalig; dit primeert;
middelen, media gratiae
om
hoe
we
integendeel met de Schrift de zaak omge-
nemen: alle openbaringen des heils hebben eigen beteekenis. een plan Gods om Zich in Zijn gansche schepping te verheerlijken
is
vormt de menschheid de kern, het centrum, het
daarin
orgaan
;
alzoo moet die zelfverheerlijking culmineercn
welke God
uit
het zelfbewuste
hart,
in
de zelfverheerlijking,
het edelste deel, uit Zijn menschheid krijgt en
nu
is
de
electie
alleen ter bepaling, wie eeuwiglijk dat menschel. geslacht representeeren en eer toebrengen zullen. in
De
e\ec{\o
\s
kosmos
den
Gode
dus aWcen sequeel, gevolg, onmisbare schakel
dat groote Godsplan. Het geheele decretum Dei
van
te
hun zaligheid komen.
tot
gezien,
C worden
als
moeten
keerd Er
§
VI.
tot eigen verheerlijking. In dien
is
alzoo een praedestinatie
kosmos nu
zijn centrale
en
De mensch van Zijn naam die prijs Gode
verder-afliggende deelen, organen van meer en minder beteekenis.
domineerende hoofdorgaan, waaronder Gode de prijs moet worden toegebracht. Nu blijft alleen de vraag over: zal toekomen van allen saam ? Neen, slechts van een deel wèl, van een deel niet. De tweede vraag luidt dan aldus Is het in het onzekere gelaten door is
het
:
en door wie niet? Neen, het staat vast. Dat het vaststaat vloeit uit decretum Dei voort. De electie beteekent nu dit, dat het niet aan het
wie wél het
geval
of
menschen
's
beslissing overgelaten
is,
of deze of die wèl of niet in
dat geheel van den kosmos het orgaan van Gods verheerlijking
Ware
zal
zijn
maar
het aan het geval
door God bepaald. Dit volgt uit het decreet. is aan het creatuur overgelaten, dan was het mogelijk, dat niemand ten leven kwam, het geheele doel Gods verloren ging, de roeping van den mensch als
het of
hoofdorgaan verijdeld werd. Daarom zeiden de Oude Gereformeerden met nadruk, dat Jezus een eeuwig Koning is, die niet zonder onderdanen kan zijn. Een koning immers is geen koning
meer zonder onderdanen.
van Jezus
noodzakelijk,
Daarom zeiden de ouden dan zijn
Nu de
zouden
allen
dat :
hebben
Hij
Het
is
alzoo voor het eeuwig koningschap
nooit een oogenblik zonder onderdanen
hadde het aan menschel. beschikking kunnen staan kunnen afvallen, zou Gods plan mislukt kunnen
en zoo ook Jezus zonder ondanen kunnen geweest staan we hiermee voor het tweede probleem, dat
schepping
het
zij.
menschelijk
geslacht zóo
is
zijn.
we
n.I.
zien,
hoe naar
geschapen, dat het bestaat
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's