Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 339
college-dictaat van een der studenten
§ hebben wij op hier
321
Dei.
merken, dat er een actus piirissimiis voor ons optreedt.
te
geen proces
De virtutibus
7.
Neen God ontwaakt
!
dert zijne zelfkennis niet allengskens, zoodat Hij ten slotte tot de
Dat
nisse geraakt.
neming of zonder wording, eeuwiglijk wezen, dat kan
God
met
zelf niet altoos
éen enkel oogenblik
niet
volkomen ken-
pantheïsme. Het zelfbewustzijn Gods
alles is
iets
Ook
niet tot dat zelfbewustzijn, Hij vermeer-
is
zonder toe-
Gods God de Heere
in zichzelf volkomen. Er is niets in
klaarheid doorschouwt.
alle
van
eigen
zijn
wezen voor
Zichzelf verduis-
Dat kunnen wij wel. Wij kunnen slaapmiddelen nemen, onszelf verstrooien,
teren.
kortom ontkomen aan de bewustheid van onszelf. Maar dat
Ood
sloten.
om zoo
is
dan
uitdrukken,
zeggen voor Zichzelf van glas, en
te
bestaat
is
voor
er
Hem
geen
mogelijkheid
God
bij
zoo
als ik het
om
uitge-
mag
de volkomen
transparantie van dat glas te verduisteren. Zijne zelfkennis en zijn zelfbewustzijn zijn absoluut.
En wat nu is
het tweede object aangaat, van het zelfbewustzijn afgescheiden
de applicatie van het intellectueel bestaan op het
God denkt aan
niet-ik,
op den
kót^uou:.
Die
Voor ons geldt daarbij, dat wij eerst het bestaan van een zaak waarnemen en ze ons daarna pogen in te denken, dat wij eerst het esse vinden en daarna de denkformule voor dat
KÓT/xsc heeft een esse, en
esse.
Maar zoo
Ki(r/u.sj:.
God den Heere niet. In Psalm. 139: 16 lezen wij: uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd
staat het voor
dingen waren
deze
„Al
dien
in
zouden worden, toen nog geen van die was." Dat spreekwijze, maar waarin toch dit
worden zouden,
die
bij
alzoo het bewustzijn van KÓcTfzog
God
praealabel.
er
is
zooals
omdat God hem
Wat is
bij
xót/uoc
maar
voorgelegd,
K5(r,a;c
De
God God
hij
Hij is
was, eer
zij
hem
zelf in
het leven geroepen.
en logisch bestaat zooals
eerst logisch alzoo
nu, in de derde plaats, de
aan dien
altoos denken als
y.i<r/u.sc
een vreemd obiect van buiten af aan
niet als
heeft
natuurlijk eene figuurlijke
werden of waren. Wij moeten ons
tegenover den is
is
opgesloten, dat de cognitio der dingen,
ligt
gedacht
forma van
hij
En dat de
bestaat, dat
is
alleen,
heeft.
het intellectueele leven betreft, zoo
ons die forma van het denken gebonden aan vaste wetten, denkwetten
genaamd.
En
in
onderworpenheid aan die denkwetten vormen wij voorstel-
lingen, begrippen, besluiten, oordeelen.
analytisch of inductief te werk
woord,
de kennis
is
bij
Om
tot
kennis te geraken, moeten wij
gaan, daarna synthetisch of deductief.
denkactie, welke verschillende stadiën doorloopt en
intusschen moet van
wetten.
Dit
alles
daarvan
op
God zou
daarmee schuiven
wij
In
éen
ons niet het onmiddelijke, maar het product van eene
in
weer
Hem af
onderworpen
God afgeweerd
blijven.
is
aan vaste
Overbrenging
weer een processus cogitationis indragen, en
op de
lijn
van het pantheïsme.
Wij weten ook wel, wat onmiddelijk denken
is.
Bijvoorbeeld, de actie van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's