Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 722
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
Locus DE Sacramentis.
248
De Anabaptisten ontkenden,
eerste doopvraag.
doemenis deelachtig
beschouwd worden
Op
de
is,
in
Christus geheiligd te
men
der ver-
zijn.
woorden van deze vraag te Maar de provinciale synoden en dassen hebben steeds het goede
verscheidene wijzen heeft
verdraaien.
standpunt
Adam
dat een kind in
dat een kind des verbonds moet
paedagogisten,
Tot een
verdedigd.
getracht de
revisie der liturgie
kwam
het gelukkig nooit.
Daarom vormt deze opposite ook geen schakel in het dogmatisch proces. Maar wel heeft men allengs de andere richting vrijgelaten en daarbij een valsch procédé gevolgd. Op zich zelf toch is er niets tegen, dat men een ander dankgebed na den doop doet, dan hetgeen in het formulier staat. Maar toen men eenmaal toestond, gingen velen ook de belijdenis van den doop vervalschen.
dit
Onder
Men
dit
gebed
Om men
te
bewijzen
ongeoorloofd
geboren een
men den inhoud
is.
er
van niet meer beleed.
waar
3,
:
de Statenvertaling
in
nu beteekent „vermengen,"
i'"^
was,
nu
XOu)
iemand, die
is
evenwel
Moeilijkheid
in
den
zin,
l?a!2
door bastaard
waarin het
bij Israël
een ongeoorloofde vereeniging
uit
men niet een hiphilvorm, maar men — onder Israël de spurius zoo mag ook zulk een kind onder het
geeft,
—
Wanneer nu
passivum verwacht.
—
onecht kind niet mocht worden gedoopt, beriep
een
dat
zich vaak op Deut. 23
overgezet,
is
na, wijl
niet
gebruiken, maar wijl
te
week men van de belijdenis af. men meende vrij te zijn om het al of niet
het schild van de vrijheid der kerken, liet
komen mocht in de vergadering, Nieuwe Verbond het teeken des Verbonds niet
dat zei
ontvangen.
niet
Onze vaderen
zei-
den, dat er niet staat, dat de "iraQ niet tot het verbond behoorde, maar in de br^p
niet
mocht komen
w.
d.
niet
z.
handelend op mocht treden,
niet alle
rechten des verbonds had. Daarbij
is
met den
een onecht kind bedoeld, maar een kind gebo-
"irQD niet
ren uit de vermenging van een Jood en een niet-Jood.
men
uitging,
waren
1^
waarvoor geen vergeving
is
De
beginsels,
vanwaar
overspel en hoererij niet behooren tot de zonde,
dat ;
berouw komt
dus
is
de vraag, of iemand, die de zonde begaat,
want vermits iemands deel aan het verbond niet hangt aan een toestand, maar aan den staat, zoo mag ook het kind van een overspeleres, die tot berouw komt, niet uitgesloten worden 2^ dat de
tot
waarachtig
;
;
toerekenbaarheid
opleggen van de
van die daad straf
Hiermede verwant de adoptati.
Toen
ligt
bij
de ouders, en niet
bij
het kind.
Het
op het kind zou dus tegen de gerechtigheid ingaan. is
de quaestie, die zich
in
1618 reeds voordeed,
nl.
van
wij in de Oost bezittingen kregen, deed zich het geval wel
eens voor, dat iemand een heidenkind
in
het in de christelijke religie op te voeden.
oogpunt zoo spoedig mogelijk
tot
zijn
gezin opnam, met het voornemen
Nu
ging
men
in
Indië uit missionair
den doop van zoo'n kind over. Daarom vroe-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's