Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 144
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
126
wezen in uitmaakt, blijft ieder het antwoord schuldig. En zoo ook onderscheide men wel tusschen de kennisse Gods, die ons van alle zijden toehet
er
stroomt, en het indringen in het wezen Gods, dat ons niet wordt gegund.
De
a.
11
Job.
Schrift spreekt zich op dit punt zoo beslist mogelijk
Heilige
7 heet het: „Zult
:
volmaaktheid
gij
uit.
In
tot
de
(Volmaaktheid beteekent hier:
vinden?"
Almachtige
den
toe
de onderzoeking Gods vinden, zult
gij
„Den Almachtige, dien kunnen wij niet uitvinden." In Ps. 139 betuigt de psalmist, na in vs. 1 bekend te hebben, dat God kent tot op den grond van zijn wezen, in vs. 6, hem wel doorgrondt, d. „De kennis is mij tot God moet uitroepen opzien het bij daarentegen dat hij
de diepste grond). Job 37
23
:
:
i.
:
te
wonderbaar
zij
;
is
hoog
kan er
ik
;
30
niet bij." Spr.
:
2—4
:
„Voorwaar,
heb geen menschenverstand, en
ik
heb
ben onvernuftiger dan iemand en ik geene wijsheid geleerd noch de wetenschap der heiligen gekend. Wie is ten hemel opgeklommen en nedergedaald? Wie heeft den wind in zijne vuisten verzameld ? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden ? Wie heeft al de einden
Zoo
aarde gesteld? Hoe
der
Met
gij het weet."
opgevaren
is
in
is
naam en hoe is de naam zijns zoons? 13: „En niemand woord zegt Joh. 3
zijn
terugslag op dit
den hemel dan die
:
den hemel nedergekomen
uit
den hemel
Terwijl
Tim. 6
is,
de Zoon
des
menschen, die
wordt, dat
God
„alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht
dat
is,
eene wezensklaarheid
kan, welken
zij
enkele
toereikend
is."
der
om
duidelijk te
namelijk
16 gezegd
bewooni"
Amen."
Heilige
doen
om het wezen Gods poging om in dat Wezen in
zien,
met vele
Schrift,
Bezien
we nu
verstaat
vermeerderen,
zijn
nergens aan-
maar veeleer afmaant van elke
onderzoeken,
te
te dringen,
te
Woord Gods ons
hoe het
en betuigt, dat er een sluier voor dat
wezen Gods hangt, waarvan geene menschenhand een
Wat
:
zichzelven bezit, waartoe geen creatuurlijk oog
in
eer en eeuwige kracht,
uitspraken
drijft
b.
1
kan doordringen, denwelken geen mensch gezien heeft noch zien
bespiedend
Die
in
ik
tip
kan oplichten.
de zaak logisch.
men onder eene
bekende begrippen zoekt
om
te
definitie? Dit, dat
bepalen. Elke definitie
eene
maar moet men dan zóo combineert, dat natuurlijk
die
definitie te uit
die
wezen
men een onbekend iets door
is uit
uit
begrippen samengesteld,
oefent/e begrippen bestaan,
saamvoeging het begrip van de
eerst
onbekende zaak geboren wordt. Als ik bijv. „een paard" in definitie zal brenik met te zeggen, dat het een dier is, dan, dat het een viervoetig dier is, enz., tot ik al de bekende eigenschappen heb opgenoemd, waardoor
gen, dan begin
het paard van andere dieren onderscheiden
van een paard.
Elke
definitie ontstaat
is
;
eerst
zoo kom
ik tot
het begrip
dus hierdoor, dat men begint een hoofd
begrip op te zoeken en daaronder de te definieeren zaak subsumeert, zoodoende
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's