Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 504
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE CONSUMMATIONE SAECULI.
28
David
men zoo Doch
zou
Oppervlal<i<ig
en
begraven
en
gestorven
is
zeggen,
onder ons
is
w^oorden van Ps. 16 eerst van
de
dat
op dezen dag."
tot
Petrus komt tot eene omgekeerde conclusie.
bedoeld.
zijn
graf
zijn
Ze
maar David heeft als profeet dit van den Chrisze moeten slaan op de opstanding van Christus. In deze plaats tus voorzegd wordt dus niet geleerd het voortbestaan van Davids ziel na den dood, maar wordt het feit geprofeteerd, dat God de macht van het graf eens zal verkunnen
niet
op David
slaan,
;
breken,
als
Beminde
zijn
winning van het
erin
dan het voortbestaan der
De opstanding des
Hebr.
11
5
:
ri^ivxi; dat
over-
meer dus
maakt deze plaats
vleesches
dus volstrekt
is
dat er een
op
een exegese van Gen. 5
uit
woord
het
Het komt
24.
overgezet door ^inx
wordt
nfp^ dan
:
wordt driemaal herhaald. Deze praepositale kracht kent het 24 moet dus zoo worden verstaan en wel niet niet. Gen. 5
fiiTcn.
Hebreeuwsch dat
een citaat
is
aan
voornamelijk
alzoo,
dit
De
veel
talis,
met Daniël geleerd.
niet eerst
hier
dien er dan uit te redden.
wordt hier geleerd en
zielen,
van zooveel hooger gewicht.
3.
om
is,
de opstanding van het vleesch qua
graf,
:
de geest
np^ een
weer pantheïstisch
het sterven
bij
!u,zT'xSrzcn^
geschiedt
d,
in
God opgaat
;
maar,
een overbrenging van plaats tot
i.
plaats; zoodat dus reeds in Gen. gesproken
wordt van een leven der geloovigen
buiten deze aarde dat verre te verkiezen
boven dat op aarde.
Hebr. 11
4.
:
en Jakob
Izak
De
10.
8, 9,
apostel Paulus zegt hier niet alleen, dat
de heerlijkheid
in
verwachting gestaan hebben, dat
ting
van een leven na
zij
Abraham
dit leven.
gegaan en die mcmc; strekte zich
uit
dg
voor hem op aarde, gerealiseerd niet
k^iSiyj.ro t},v robq
^óA^y,
lem
en dat niet
ïy^o'jcrxu
Ur der Chaldeeën uitLag die yn Tr,c Kanaan ? Neen, zelf hebben
^icmi
is
uit
t>,v yr,v Tr,q 'cTTxyyiXlxg.
Abraham, Izak en Jakob Kanaan B-e/iceXic-jg
Abraham,
maar ook, dat zij zelf in hun tijd in zich verblijd hebben in de verwach-
zijn,
die
kTTxyys.Xiy.g
is
zij
in
woonplaats gehad;
tot
maar
vs.
10
verwachtten het hemelsche Jeruza-
philosophischen zin als de zoogenaamde, „onsterfelijkheid
in
der ziel", neen maar een wezenlijke stad met fondamenten, met uitwendige ?ó§a,
wederopstanding des vleesches dus stad met
Nog
duidelijker
is
vs.
13.
Ze
en bijwoners waren op de aarde. duidelijk te kennen, dat
vaderland? daar
een
nieuw,
stierven allen Kxry.
de beloften verkregen hadden, maar
doen
en
organisch leven
in
een
muren en poorten.
Men zou
had Abraham
zij
in
ttlo-tlv,
zonder dat ze nog
de belijdenis levende, dat
Zij
gaven
(vs.
14)
zij
door hun zeggen en hun
een vaderland zochten. En wat was dan
aan Ur der Chaldeeën kunnen denken.
wel
heen
vreemdelingen
kunnen gaan
;
naar
Doch
(vs.
dit
15)
hun aardsche vaderland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's