Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 514
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera).
80
lichaam, dan mag daaruit geconcludeerd dat van het menschelijk gelaat een hoogere glans zal uitstralen. Het verschil in glans springt dadelijk in 't oog, ook bij de vogelen; zien wij een raaf dan treft ons dadelijk zijn doffe kleur, terwijl de andere vogels glanzen hetzelfde verschil hebben wij tusschen den steen en de metalen, zelfs bij de vergelijking van een levend wezen met een lijk, waar het laatste ons ab;
sentie van allen glans doet zien. In verband nu daarmede, dat aan Manoachs vrouw een man verscheen met verhoogden glans op het gelaat, moet dus beschouwd worden wat wij lezen 25 over den r'X die aan Jacob verscheen.] in Gen. 32 :
man met Jacob worstelde, heeft hij volgens vers 28 tot hem gezegd „Uw naam zal voortaan niet Jacob heeten, maar Israël" etc. dus nu wordt door dien man over Jacobs naam beschikt. En nu lette men er wel op, dat hier niet alleen een bloote naamsverandering voorkomt, maar dat het geven van een anderen naam onder het Oude Toen nu
die
;
:
Verbond tevens inhoudt eene verandering
men
eerst de
hooge beteekenis van de
in
wezen;
het
actie hier
dit
door den itn
inziende gevoelt bij
Jacob verricht.
kwam ook voor bij den proselietendoop, gelijk het de eerste tijden der Christelijke kerk de gewoonte was om de namen der gedoopten te veranderen, als zinnebeeld van de verandering in hun wezen naamsverandering
[De
ook
in
door de wedergeboorte.
Hem
Naamsverandering kan dus alleen geschieden door
God
anderen kan, door
nu
Jacob vraagt
volgende
nadat een ontwijkend antwoord
vreemd persoon uit
:
„Ik
heb
God
hebben
Hier
apparitie niet
Glanzen
doen
te
vers
gegeven,
is
krijgt hij het besef dat hij
Toen ging hem een
heeft.
licht op,
met een
en sprak
hij
het
gezien van aangezicht tot aangezicht".
wij
dus
de verschijning van eene menschelijke gestalte, eene
met schittering maar gelijkvloers
kon die gestalte
hier niet,
omdat
om er
zoo
te
zeggen.
eene worsteling
:
voor
ver-
naar den naam van dien man, en
tegen man moest plaats hebben, een engel kon het dus niet scheen de worsteling moest plaats hebben omdat zij eene
had
wezen
Almachtig. het
in
die het
de karakteriseering der gemeente Gods, omdat en
Pniël
geestelijk
God
en Zijn volk
;
in
zijn
als
van man
die hier ver-
heilige bedoeling
dat worstelen
bij
wordt uitgedrukt de geheele verhouding tusschen
typisch
daarom heet ook het geheele volk
Israël, zelfs in het
Nieuwe
Testament.
Daarom der
staat
vroegere
tooning neen,
van
dan
ook
in
dit 31 ^te vers
verschijningen hebben
Goddelijke
hier grijpt
macht
;
die
God den mensch
het ü'iB'^H crr
waargenomen laat
altijd
;
hier
is
wat
wij
bij
niet alleen
geene de be-
nog een afstand overblijven
persoonlijk aan
om met hem
te
;
worstelen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's