Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 55
college-dictaat van een der studenten
§
De Cognitione
2.
dit beeld
mag
os kent
van een omdat de hond
zijn bezitter
een onrein dier was.]
Israël
bij
Hierbij ontstaat intusschen eene
We
kwestie.
raken hier
(Voor ditmaal
we
Fichtiaansche
Het
(pxivójuiva.
en
<pxcjbij.vjz'j
school, voC,uiyx,
die
die
;
God
in
is
maar loochende een
dan nog realiteit in? De
is er
Hebben
Dei forma humana.
Wij hebben alleen het
zelf.
wij daar nu iets aan ?
us-j/xcyzu,
(pxvjofxiyov, nl.
Dei nobis communicata
aanroeren
omdat
dus
is
Dat wij
realiteit lag.
om
niet,
dit
die kwestie zelve
hebben
de cognitio
Natuurlijk zouden wij er
aan hebben, indien wij geen waarborg hadden, dat er ook
niets
en het voC-
alle (oxrA/ueyx
hier de vraag: Indien de co^;?/Y/o Z)e/ voor
is
forma humana,
in
philosophische
Dei adaequata toch, de archetypische kennisse, het
cognitio niet
de
erkende wel
rapport tusschen die beide.)
ons gegoten wordt
diepgaande en moeilijke
het verband tusschen het
nl.
laten
Kant
loochent, loopen.
wij
37
overgebracht worden, leert ons de Schrift zelve in Jes. en een ezel de kribbe zijns Heeren." Het beeld hond, ofschoon sterker sprekend, mocht in de Schrift niet gebezigd,
[Dat
1:3: „Een
/xevou.
Dei.
in die
cognitio
philosophisch vraagstuk hier
op het
tapijt te
brengen, maar
de gansche zaak aan hangt, die ons hier bezighoudt.
er
En metterdaad zou deze vraag naar de realiteit in de (pxrA/ueyx met een „Non liquet" of wel negatief beantwoord moeten worden, bijaldien niet de mensch geschapen ware naar Gods beeld. Daarin, en daarin alleen, ligt de waarborg voor de realiteit van de phaenomenale, forma humana ons meegedeelde kennisse Gods.
Ook de
dieren hebben eene.
scil. dierlijke,
kennisse Gods.
Bij
een plotselingen
donderslag schrikken ook de vogels op; de zenuwen worden aangedaan. Dat
dus de cognitio Dei forma animalis. Maar verder groeit er
is
niets,
want een band en
elke
de
dergelijks
mensch
ligt
dier
niet
is
waardoor
relatie,
in
realiteit
het (pxcAfivjo-j van den donderslag of iets
uit
het bewustzijn zou
geschapen
het
in
kunnen opkomen. Maar
en
i
s
zijn
we
m e. Men
tevens
beweert
slechts
verzonnen
Schrift
dat
handen,
doet.
ooren,
aan
toe
nl.,
de kwestie van het
dat in den Bijbel aan
—
worden toegedicht, en
verhoudingen
bovendrijvende richtingen
vorm,
den
(pxivófitvov
voüfxiyzy verbindt.
Hiermee p h
bij
naar Gods beeld de brug, waar Kant en
zijn
de andere philosophen steeds tevergeefs naar gezocht hebben, die het
met het
kennisse
uit die
geschapen naar het beeld Gods, en dus ontbreekt
—
daar
voorstellingen.
Zeer
neus
zeker,
etc.
als
heeft,
geene
is
God
anthropomor-
menschelijke vormen
zoo zeggen dan de tegenwoordig realiteit
achter te zoeken, dat zijn
Deze bewering moet bestreden, er
in
dan moet
worden verstaan, want God
is
de dit
Schrift
gelijk
de
gezegd wordt, dat God
niet eigenlijk, in
menschelijken
asomatisch, de Schrift openbaart ons;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's