Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 722
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Tertia).
32
Deus operans tegenover den
staat de belijdenis van den
Maar ook
1.
Dit leert ons de H. S. in de tegenstelling tusschen
God.
Zien wij in Jeremia 10 afgoden,
die
goed kunnen
geen
daartegenover nipN
de
beteekent
dan
dat
kunnen gaan, die geen kwaad
of
bestaan wordt ontzegd
operatieve
met den leugen geen verband houdt, maar
Hij
uitkomt
die
realiteit
niet
alle
vers 10 de belijdenis van den ry^n D\i^N in wien
in
niet,
is
en
wie
aan
rfooc?e/2
en de afgoden.
dan lezen wij daar de beschrijving van die
v.v.,
spreken
doen,
staat
DDK
Dit
is.
3 en
:
kunnen
niet
God
daarin, dat Hij
Hoe
de levende God.
is
17 nu dat denkbeeld van den Deus operans door den Heere Jezus in Joh. 5 wij dus hier niet terug. komen daarop wij reeds, bespraken geïllustreerd, is :
Nu komen
III.
men
die
onderscheiding,
de
den
in
den
tusschen
onderscheiding
Deus
Deus operans
de opera Dei ad intra en ad extra,
worden
de opera immanenüa en exeunüa.
Dit
is
stelt,
de logische
niet is
cogitans, decernens en operans,
tusschen :
waar gezegd wordt, dat
wij tot dat gedeelte der paragraaf
of,
zooals
zij
maar
die
ook wel genoemd
eene splinterige of spitsvondige onderscheiding, maar een dogma,
niet
waardoor een dam wordt opgeworpen tegen het Pantheïsme, en juist dit punt is het, dat eerst moet worden toegelicht. Wij menschen in ons gewone leven redeneeren gewoonlijk van ons zelven en deze wereld
om van
altoos
Tot op zekere hoogte kan
uit.
„ik" verder te
zijn
dit zelfs niet
komen, van dat
punt van ons denken, beschouwen en voorstellen
God
van
deze wereld.
uit
krijgt,
dat
de
reëele
is.
Klimmen
dan
krijgen
wereld,
men moet
in
onszelf, en ten opzichte
is
maakt nu dat onze eigen persoon den indruk
die met zoo groot gewicht zich aan ons opdringt, het
wij daaruit
op
tot
de gedachte aan het Eeuwige Wezen, is,
en behalve
Dit
is
zoo
sterk, dat
de gewone mensch van
God geene
loopen en
te
hulp komt, wanneer er
iets niet
goed
gaat,
van een wachter
het paleis dezer wereld, die voor de orde en instandhouding zorgt.
bij
goed
voorstelling heeft dan die van iemand, die zorgt, dat die wereld
andere blijft
;
uitgaan, het uitgangs-
aanstonds deze redeneering, dat de wereld er
wij
ook nog God.
die
Dit
anders
„ik''
voorstelling
komen
er
blijft
men,
In
ook na zijne bekeering, gedeeltelijk nog hangen
dan andere gedachten op,
n.1.
dat wij
God
niet
;
kunnen denken
die
wel als
blijft, met eerbied gezegd, het raison d'être voor Eeuwige Wezen daarin liggen, dat die wereld moet worden verzorgd. Daardoor nu is het zoo moeilijk om ons God den Heere anders dan relatief
los
van de wereld, maar toch
het
voor is
er
men
te stellen
niet
;
altijd
eigenlijk
klimmen
wij
dan ook hooger op, en zeggen wij
geweest, en wat
met die
was er weg en
vraag geen
:
„de wereld
dan vóór de Schepping", dan weet krijgt
derhalve een Deus otiosus,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's