Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 685

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 685

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Hoofdstuk

De

III.

Personen van het Drieëenig Wezen.

drie

251

menschen mogen elkander slechts houden aan het alzoo uitgesprokene, maar wanneer wij te doen hebben met den Auctor Divinus, dan moeten wij stellen dat God de Heere de consequentie van zijne woorden volkomen doorzag al wat consequent uit zijne woorden volgt, ligt ook daarin opgesloten. wij

:

Daar waar dus de Heilige legt

zij

Het persoonlijk bestaan

2.

spreekt als „Ik'' en Vader en

2en en 3^" persoon

isten^

ook

blijkt

Zoon

en „gij" gebezigd worden, daar

den

ons de namen van Vader en Zoon voorlegt,

Schrift

ons het persoonlijk begrip voor.

tot

daaruit, dat in

elkander spreken als „Gif.

Waar

„ik"

steeds personen bedoeld, denk slechts aan

zijn

van de

tijden

van het werkwoord, denk aan het

voornaamwoord, daarmede vinden

persoonlijk

God

de Heilige Schrift

wij in alle talen het persoonlijk

begrip aangeduid.

Zien

gen

we nu en

„Ik"

persoonlijke

in

de Heilige Schrift gedurig tusschen Vader en Zoon de tegenover elkaar gebruikt, dat

„Gij"

tusschen

relatie

Geest dat Hij de gaven

die

twee Personen

'uitdeelt gelijk Hij wil,

;

stelt

staat er

dan kan

uitin-

de Heilige Schrift de

van den Heiligen

er slechts sprake zijn

van een persoonlijk begrip.

Daarmede is echter nog niet voldoende toegelicht het gebruik van het woord „Persona". Het woord zelf komt noch in het Oude Testament noch in de Kotvri van het Nieuwe Testament voor, er wordt ook geen adaequaat woord 3.

gevonden. geldt natuurlijk niet de zaak, maar alleen de wijze van uitdrukking; moeten dus vragen, hoe de kerk er toe kwam om uit het toenmalige

Dit wij

het woord ït/jóo-cüxsi/ of persona te nemen, welke beteekenis het woord had, toen de belijdenis der Goddelijke Personen geformuleerd werd. Destijds had het woord een gebruik, dat het buitengewoon geschikt maakte, om uit te drukken wat er mee bedoeld werd. IT/jóo-wxsv was het masker dat voorgedaan werd door den tooneelspeler, om telkens een ander voor te stellen; het woord is dus de uitdrukking voor den vorm, waarin het wezen optrad datzelfde wezen droeg verschillende personae.

taalgebruik

;

(Wij moeten niet blijven hangen aan het Latijnsche woord „persona" we weten toch dat de groote dogmata van de Drieëenheid tot beslissing kwamen ;

in

de Oostersche kerk en dat de belijdenisschriften van Nicea

Grieksch gesteld ontleend,

Nu

zijn

maar aan

;

het

het

woord

is

TTpoa-uiTrou bij

dus

niet

etc. alle

in

het

aan de Romeinsche rechtswereld

de Grieken).

waar men de eenheid van het wezen bij onderscheiding van personen wilde uitdrukken, het woord Trpóa-üiTrs-j volkomen adaebegrijpt

men,

dat,

quaat was.

De onderscheidingen,

die in de Grieksche wereld bestonden,

waren afkom-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 685

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's