Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 548
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera).
114
in
maar nu
28,
Job.
optredende
een
sapiciu
non
•
nog
wij
ontdci.^*^.
voor God stond, n.aar
eene
Reeds
Caput
in
om
ulieden
daar
1
23
om
den weg
;
dus
macht
de
u
mijne
tot
uitstorten,
sapientia
non
vinden
te
;
dat
bestraffing zal
Ik
te
straffen,
goddeloozen",
die
Cap.
wat ook
iets
tot
wat ons Cap. 8
is
düS de sapientia creata
een eigen subject, ja
als
vers 26
volgens
God
alleen aan
pieele openbaring
eerst in het 8ste
„lacht in het verderf der
toekomt, omdat Hij absoluut het
maar moet bespotten. de princi-
ligt
hoofdstuk.
Ik,
en mijne stem
vers
in
vers 12 „de vreeze des Heeren
treedt Zij
mond
den
mijne"
(n^trin)
zijn
stelling
met den
als
niet
eerst
de
in
etc.
komt
te
defect
is,
kan
het gebrek hersteld
Hadden zin
de
wij
„Roept
intrinsieke
't
nu
menschen kinderen", en
in
Nu komt
praegnant.
''JN,
haten den hoogmoed....
daarop
//:
haat ook
vers 14 „Raad en het u^,
wezen
adessentia, staat in tegen-
van de zaak
de
d.
i.
dingen
:
„Ik
beschik
wezenlijke
niet
werken, het wezen
alleen
kracht";
„verstand" en tegenover „wezen" de „sterkte". iets
:
;
het
komt
hier voor,
gegrond, maar als door den kenner gekend, want er
„raad", in
is,
en
Dat woord ny^r\, van
schijn, het is
zaak
van
sprake
daardoor
zelf
verkeerdheden",
der
tot der
is
op en dient zich aan met
in
12
1
en verheft niet de verstandigheid hare stem" en door vers 4
niet,
o mannen, roep
u,
Zij
macht beschikt,
Het optreden dier persoonlijke Wijsheid wordt ingeleid door vers
„Tot
die
mijnen Geest
Ik zal
ziet,
;
de wijsheid dus reeds een Persoon, maar toch
is
1
de Wijsheid
weten
eischen en ongehoorzaamheid aan 7ijne
te
zelfs
slechte kent, en het niet alleen mag, In
te
om nu
woorden u bekend maken"
mijne
sprekende
creata,
gehoorzaamheid
heeft
ordinantiën
wordt
en
dient zich hier zelfs aan als een Persoon die over Goddelijke die
zij
komt nu de „Opperste Wijsheid", en
vers 20
In
ligt.
„keert
:
overvloediglijk
is
niet,
maken tusschen de sapientia creata en non creata. vinden wij in vers 2 gezegd „om wijsheid en tucht te
verstaan redenen des verstands"
te
vers
in
handelt nog
,
wij onderscheid
die in de schepselen
zegt
niet c
het boek der spreuken vinden wij iets anders
in
moeten
weten,
nog
daar
^n creata die geobjectiveerd
r
nog geheel passief.
is
hoe die Chokma daar optreedt, zegt,
sapientia
zelf treedt zij
zij
we
van een persoon, wel hadden
niets
wel
creai:.,
gezien gehoord etc,
Maar
meer uitgewerkt, nu komt de Ciiokma
en
rijker,
een Persoon.
als
28
Job
In
veel
is
is
over de beste orde, en
tegenover
„raad"
(Een locomotief er uit, dat
komt
bijv.,
staat
waaraan
eerst terug als
is.)
niets
meer dan wat
hier staat,
dan zouden wij
in
zekeren
aan eene personificatie kunnen denken met deze afwijking van wat in Hebreeuwsche poëzie gewoonte is, dat hier die personificatie ook spreekt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's