Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 139

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 139

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

§

NOTIONES FALSAE.

4.

121

de mensch

vrij van de booze machten en van de natuurkrachten, den mensch zelf in koophandel, kunst, tot heroën etc. Zoo worden Jupiter, Mercurius etc. aangebeden als hoogere, ideale machten. Die ideale macht heeft achter zich nog de phase van de staatsmacht. Natuurlijk, dit is na de natuurkracht de grootste. Van booze geesten en natuurmacht vrij,

d.

Is

dan komt

hij tot

men op

stuitte

tyrannen, koningen en heerschers. Dit nu leidde tot aanbidding

van de staatsmacht, niet eigenlijken

eenige macht

den tegenwoordigen philosophischen, maar in zeer daarbij de incarnatie van de godheid. De zich daarvan vrij te maken was de verheffing van het ideëele in

De koning was

zin.

om

leven in den mensch. Let

maar op Griekenland in den oorlog tegen de Perzen. Daarna kreeg men de geheele ontwikkeling van den dienst der Muzen, Minerva, Appollo enz. Maar zoodoende bleef toch de mensch nog altijd in priesterlijke Tot toen

banden. breken, religie

C.

de philosophen

maar daarmee ook werd vernietigd. Zoo Is het

a.

opgestaan,

zijn

mensch

elk

het polytheïsme

is

om ook

dien band te ver-

afzonderlijk te plaatsen,

op

waardoor

alle

niets uitgeloopen.

polytheïsme een doorgang tot het monotheïsme? Tegenwoordig

zeggen de mannen van de Descendenztheorie of evolutieleer, dat alle polytheistische volkeren al nader aan het monotheïsme komen, om straks met de

samen

Christenen

al

processus in infinitum

eeuwen,

reeds

het

tot

laatste

toe

van

vermindering,

van het aantal goden, ontleend

De

En

als

zij

bereiken;

zelfs

stelling geldt, dat

eeuwen,

zijn blijven staan.

geene

te

Doch tegen deze

tientallen

ja,

standpunt

hetzelfde

hooger ontwikkeling zijn.

zonder eenigen in

Griekenland en

zou

een

dit

China en Indië

vooruitgang,

Rome

heeft

op

men

maar veeleer vermeerdering gezien

werden aan de Oostersche godsdiensten

geschiedenis weerspreekt dus het denkbeeld van vooruitgang tot het

mono-

theïsme. Is

en

er bij

dan toch de

Parsi

niet iets

van aan, dat er

langzamerhand

zekere

in

Rome

heenneiging

en Griekenland,

naar

het

in

Indië

monotheïsme

werd geboren? Ja en neen, al naar gelang men het neemt. Zeer zeker kwam een zeker algemeen begrip van een divinitas, van eene deïtas, die te aan-

er

aanbidden was. Maar dat was geene

religie meer, maar voerde op philosophisch waarop ook onze moderne philosophen staan. Die bieden steenen voor brood. Geen enkel philosoof is ooit in staat geweest, om aan een volk als volk eenigen vorm van religie te geven. In Indië brak de philosophie reeds

gebied,

vroeg door, en toch bleef het polytheïsme. b.

Eene andere vraag raakt den oorsprong van het polytheïsme. De Descenbeweert, dat de mensch is opgekomen uit de dierenwereld. En

denztheorie

ook daarin

is

reeds religie,

bijv.

als

een hond tegen zijn baas opspringt.

Van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 139

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's