Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 581
college-dictaat van een der studenten
:
Caput Maar
het dan wellicht zoo, dat Christus wel in het algemeen zijn zegel
is
de Thora, maar haar
aan
hecht
komen
om
is
de
er
de kleinigheden verwerpt en nu
in
vers 18, „geen
in
bijgaan, totdat alles zal geschied zijn."
in
nu
Lees
kan men
zal geleerd
zal dit
een oogenblik
op de geboden ?
niet
hebben, die zal de minste genaamd
maar wie dezelve zal gedaan en geleerd genaamd worden in het koninkrijk der hemelen."
vers,
let
;
op het tweemaal herhaalde
en zeg dan
^(^xi^r,
zelf
vers er aan denken, geeft het eenheid van gedachte, dat Christus
dit
bij
zal voor-
groot
Koninkrijk der hemelen
't
hebben, die
Wet
hier het heele O. T.)
is
„maar wie een van deze minste geboden
zegt Christus in vers 19,
ontbonden en de menschen alzoo
worden
of jota van de
tittel
{Sóixog
dan ook alleen op de profeten en
slaat dit
„Neen",
ge-
juist
puntjes" aan te brengen ?
„fijne
„Neen", zegt Christus
Maar
33
Inleiding.
I.
zou gezegd hebben
later
„En toch
:
zet ik die ïvtoKxI
op
zijde en
een andere wet" ?
leer u
En nu vers 20; zegt Christus hier, dat de gerechtigheid zijner discipelen overvloediger moet zijn dan die van de. geloovigen onder het O. Verbond? Is de tegenstelling hier met Mozes? Neen, maar de tegenvoeters zijn de pharizeën en de sopherim, de schriftgeleerden.
Neem nu deze
menschen, zegt Christus, dat is
kom
ik
;
niet
Versta wel, dat
de
om
maar tegen
maar om haar
af te doen,
zie niet alleen
op
't
waarvan vers 21 sprake
is,
te
vervullen.
doen der wet, maar ook op
de pharizeën en de schriftgeleerden
of de ap-^xyot,
Versta wel,
zeggen ga, van de wet geen sprake
Ik
wel, dat wat ik zeggen ga niet
Versta
^'-^y.yjn-
van de wet
iets
hiermede
ik
hetgeen
in
—
op wat volgen gaat.
vier verzen als inleiding
is
—
tegen
Mozes en Aaron,
en vraag u zelven nu
wel iemand anders kunnen
zijn
af,
dan
de schriftgeleerden en pharizeën ?
kan
'Apy^xioi
moeten nemen bondsvolk
is
heeten
niet
dat
zij
den tijd,
berg toen
Sinaï, 't
nog
want dat zou vi;c
was, en
niet
pas
die
in
Ouden? Dat waren de
beweermaar dat zij de
schriftgeleerden, die
de tijden van Ezra gekomen waren
;
Synagoge waren, door Mozes op raad van Jethro ingesteld
groote
Israël
Israël als
eeuwig jong.
Maar wie waren dan den,
om
met een
Israël
in tegenstelling
;
dat die
„oudsten" geheime leeringen van Mozes ontvangen en deze overgeleverd hadden
aan hunne opvolgers „de Schriftgeleerden".
De
opvatting, dat „kpy^xioic' een Dativus zou zijn en vertaald
moet worden
:
„door Mozes en Aaron", kan niet bestaan voor eene gezonde opvatting van het
Oude Testament, omdat dan de wet zou gegeven
zijn,
niet
door God, maar
menschen.
En wat
is
nu gezegd
tot
deze
'xpyjvoi
?
Vers 21. „Gij
die
20
zult
zal :
13;
niet
dooden"
strafbaar
maar de
zijn
niet alleen,
maar
door het gericht".
beperking
er
nog
bij
„maar zoo wie doodt,
Het eerste deel vinden
we Exodus
„die zal strafbaar zijn door het gericht"
is
een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's