Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 703
college-dictaat van een der studenten
Hoofddeel den mensch
uit
Introductio.
i.
13
in
op de goden werd overgebracht, zoodat dezelfde het kenvermogen en in het wilsvermogen der goden zich vertoonden
in
distinctie
de menschen, en door
als bij
§
de goden geconcludeerd, maar zóó, dat het ectypische
tot
den mensch zonder gebreken
*
V.
dit alles is
de kennisse Gods verduisterd
in stee
van bevorderd.
De weer
helder vatten het eigenaardig karakter, waarin die Palingenesie optreedt
en werkt.
Zij
werkt
Keimartig,
a.
komt
men
Palingenesie echter geeft eene restitutio in integrum, maar nu moet
kiem
die
in
tweeërlei opzicht
van
bijwijze
een
n.1.
semen, organisch
na lange ontwikkeling
;
ontplooiing, eene ontplooiing, die in dit leven hare volle
tot
ontwikkeling nooit bereikt, en
daarnevens
b.
peccati
in
blijft
zijne natuur
;
den wedergeborene eene nawerking van de fomes
in
er
dus eene dooreengestrengelde werking.
is
Die Palingenesie moet niet toegepast alleen op
maar
op
invloed
geheelen mensch, ook
den
raakt
zij
kennend bestaan.
zijn
Keimartig
's
menschen
zedelijk bestaan,
intellectueele leven, en
zijn
er
is
nu
van
is
den wedergeborene
in
een juister aanvatten van de eeuwige ideeën, maar ook de fouten van vroeger
werken nog
hem na en houden de
in
ontplooiing van dat herstelde kennend
bestaan tegen.
Neemt men
nu
dit
is men gerechtigd om, kennend bestaan van den Heere onzen God. geven van het onderscheid tusschen het creatuiirlijke
alles
in
aanmerking, dan eerst
via analogia, te procedeeren tot het
Om
nu een voorbeeld
en het archetypische
in
te
God,
van „vermogen" voor ons
wat
gene,
van
in
't
werken
allengs
zij
gewezen hierop dat :
ons bewustzijn
in
vermogen begrepen
insluit
het denkbeeld en de
óf niet óf gedeeltelijk werkt, of
is,
meer en sterker uitkomt.
naam
een proces, waardoor dat-
Vandaar dat
bij
door
ons, zoo vaak wij
„vermogen" spreken, de onderscheiding tusschen potentia en actus ons De potentia van Engeisch te spreken kan in mij liggen zonder dat is. Engeisch spreek zoo liggen al de voorraden van allerlei kennis te rusten
gegeven ik
;
ons en van die vele potentiën, die
in
enkele actu
Dat
is
niet actu
zonde
de
ons liggen, komen nu en dan slechts
uitkomen van wat potentia
kwam, maar
in
want wisten
wij alles tegelijk, wij nu niet
in
ons
ligt,
is
iets,
wat
niet
den creatuurlijken aard van den mensch
noodzakelijk menschelijk, dat
Wanneer
in
uit.
men
uit
vele dingen zich concentreert
ligt
door ;
het
op enkele,
dan hield ons creatuurlijk bestaan op.
van potentiën spreken, maar van facultates, dan zien
hetzelfde nog duidelijker. Wij hebben het vermogen om te spreken, maar kunnen ook zwijgen een pasgeboren kind heeft de facultas loquendi in
wij
;
zich,
die
facultas
kan
echter
niet
werken,
daarom
is
voor ons menschen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's