Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 928
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Christo (Pars Tertia).
112
Deze nieuwe aan
thans
exegese,
rationalistische
alle Universiteiten geleerd, als
èn op den context èn op de idee
Waarin
nu voor
lag
der
dienst
offeranden offerde
God
Israël,
De
te stellen.
heilig !"
Wie had nu de macht om de
was
in
En dat nu waren de
waren
priesters, die
Christus
'i^VJ
tent der
samenkomst
was
;
'/.xl
te
van den
tot
is
o-w^'c^v,
om
heilig stelden
{7rpoTkp'ftTy.i),
deze
xlro'j ro)
S''
was
Tcpomp^/ioixvjyjc,
hoewel
fout, die
fMta-lr-ric
de meeste nieuweren
22
heerschen.
alles
verschil
maar
in
de
onheilig
in zich zelf
on-
van het verbond, maar
tot
deze valsche exegese
Mozes en
er niet sprake
is
Christus.
van Mozes maar van Aaron's
komen
dood gingen, zoodat
(vs. 23). Dit is
er telkens
dit
ande-
de tegenstelling die vóór en
25 wordt deze tegenstelling tusschen Christus en Aaron's
Ze ligt niet in het wezen ; beider karakter was onri TrxvnXkc is het menschen heilig voor God te stellen maar het en dat komt weer daar van daan, dat de Aaronietische priester sterft, verklaard.
:
£('<-•
;
;
Hij blijft xavrirc
X,'',^v
om
Gesteld, die priesters van het
hadden
Wie
hij
beheerscht en die tegenstelling moet dus ook vs. 22 zelf bevs.
In
priesterschap heilige
25 staat van
en tusschen de Aaronietische priesters en Christus wordt nu
ren in hun plaats moesten vs.
:
örj).
Christus als borg van het beter verbond.
verschil geconstateerd, dat zij voortdurend
na
zelf,
zoodat ze voor Gods aangezicht bestaan konden.
Mozes als borg van het slechte, De context bewijst echter, dat :
uit
voor den Heere.
verloren, als
bracht, was, dat ze hier een tegenstelling zochten tusschen
priesterschap
God werd
verbond
't
konden presteeren, het voor hen
dus niet sprake van den
De
priester.
van
want Ik ben
voor
op den grooten Verzoendag zich
to-jc TTpSG-ip'fC^i-JZ'ji;
God naderde
dienden
lipv.c
redden, te
deze pericoop
In
'8-yjy.ry.i.
cr''ji'C,i>v
en juist de
heilig,
„Zijt heilig,
op hunne wijze konden doen, wat Cap, 7
die
het,
den
in
als UpvJq
hij
Neen. Dientengevolge moest een
zelf het niet
zij
:
Israël die conditie
den tempel en het heele volk heiligden en alzoo Zij
dat
tenzij Israël heilig
zijn,
Israëlieten dat zelf?
borgtocht intreden, die, waar deed.
nl.
daardoor was aan den priester
;
conditie van het verbond
voeren? Konden
deed,
lipiic
dat in zonden verzonken lag, nochtans heilig voor
Het verbond zou dus verbroken
gesteld. te
wat de
plaats van de schuldigen
in
om
macht gegeven
datgene
In
— stuit
God zou gehouden worden
zelf.
de borgstelling van het genadeverbond
Israël
schaduwen ?
handboeken en
alle
in
wilden deze woorden zeggen, dat Christus
daarvoor borg was, dat het verbond door af
bijna
voor
zijn
volk
te
bidden.
Oude Verbond hadden eeuwig kunnen
leven
—
maar eenmaal behoeven te offeren en hadden wij dan aan hun offerande genoeg gehad ? En daarop antwoordt vs. 26 en 27 Neen om een priester te hebben, die in een offerande alles kon concentreeren, was zij
dan
:
;
zulk een noodig, die heilig, onbesmet, afgescheiden van de zondaren enz. was.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's