Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 799
college-dictaat van een der studenten
Hemel en
§11.
serafs
volgens
dat
hierop,
de cherubs voor Gods troon
Ezechiel
maar gansch andere wezens, met
menschen,
of
323
hel.
niet zijn engelen,
het aangezicht eens
cherubs, eens menschen, eens leeuws, eens arends (cap. 10:14). In die cherubs
wordt dus Heilige
wel
Schrift
de grondtype
degelijk
dus geheel
is
in
strijd
van
het
met de
opgenomen.
dierenrijk
De
spiritualistische opvatting, dat
maar geesten zouden zijn in de toekomende wereld. in de tweede plaats, wanneer God de Heere in zijn eeuwigen Raad die grondkrachten aan die wereld heeft toegedacht, dan zijn dat de grondelementen van de openbaring van Gods krachten en dies organische elementen van het kosmische leven. Maar dan mogen ook die grondtrekken van Gods er enkel
Maar ook
scheppend Alvermogen
gedacht
niet
de toekomende
als geannihileerd te zijn in
bedeeling, wijl ze dan slechts eene verminkte wereld zouden achterlaten.
Bovendien geeft de Schrift duidelijk aan, wat
meer za!
de dood, de zee (Openb. 21
zal er zijn:
geen nacht
worden gemaakt dan zou
zijn''
vs. 25).
Andere wordt
't
wanneer dus
:
ook moeten
dit
meer wezen
Niet
zal.
de duisternis. („Want aldaar
opgegeven, dat
niet
zal
nieuw
Maar, dat
is
niet het geval.
Phantaseeren
Wij mogen nooit verder gaan dan de Schrift aanwijzingen
staat hier niet vrij.
Van deze potenzierung kunnen
(zooals van het nieuwe Jeruzalem).
geeft
er niet 1),
de eeuwige heerlijkheid de rijken wegvielen,
in
gezegd.
zijn
:
wij
ons geene voorstelling maken.
mag dus
Alleen dit
daarom ook
en
zijn
Gods
geconstateerd, dat deze rijken inhaerent in
de Herschepping zullen bijdragen
wordt
in
die
a-Kri-jy)
waar
lijkheid
weg.
gebouw
is
begrip
is,
Het
is
van
daar is
de
is
ermee
fiot-rnXda Tf,c Só^-rig
in
van
Jó^'x
als
zich vertoonen en schitteren
verband gebracht met de en waar
met een
alleen in dat paleis,
zij
paleis.
weg
is,
daar
Het hofleven
waar de koning
is,
in
een
is
ook
Nu
zien
we
eveneens, dat
paradijs in een staat van heerlijkheid schept en dat
(diz'j
-,
die heer-
is niet,
waar het
de andere
hofleven reeds op aarde een mobiel begrip. zich.
tcü
a-Aryr,
dus gebonden aan de presentia van den koning.
neemt het hofleven met het
de
in
de Heilige Schrift
maar
;
Het hofleven het
de Schepping
majesteit.
Die heerlijkheid nu, die zal,
in
tot verbreiding
niet.
Daarom is De koning
God den mensch in God zelf daar in het
Daar is geen scheiding, maar onmiddellijke gemeenis. Door de zonde gaat de tegenwoordigheid Gods weg; maar ook he^ paradijs, de Jc^'a verdwijnt en er blijft over eene aarde, waarop de vloek rust Alzoo vóór de schepping een „woest en ledig" door de schepping, waar God
paradijs tegenwoordig
schap.
:
;
komt, een paradijs met de ^o^x en als Hij weggaat, dan wordt de vloek achtergelaten In
het
vervolg
bindt
zich
manifestatie op aarde in de
de
heerlijkheid
des
Heeren
Theo- en Christophanieën. En
Heeren
aan zijne
wij zien eene patriëele
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's