Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 190
college-dictaat van een der studenten
LOCÜS DE MAGISTRATU.
162
opperheerschappij
kan uitoefenen,
aan God
De Souvereiniteit, die men dan aan wordt ontnomen aan God feitelijk wordt door die leugen-
doet altoos afbreuk aan de beHjdenis, dat
alleen de souvereiniteit toekomt.
den mensch
geeft,
;
achtige voorstelling het waarachtig gezag zelf vernietigd, dat in de consciëntie
door vernietigd
mensch suo der
men
men
dan
heeft,
ligt
het in den aard
zich dat gezag aanmatigt.
ziet,
aangematigd gezag met geweld zoekt
dit
zonder ordinantie geboren
is,
te
handhaven,
zoover mogelijk zoekt
vrijheid
men hem
geheel
heeft,
wapent deze hem
men over
maakt, zoodat
slaaf
tot verzet, zijn
en
wan-
eerst,
geheelen persoon,
huwelijk en zijn kinderen kan beschikken, staat degeen, die onderworpen
zijn is,
maar kans toe
van de onderstelling, dat een
Daaruit vloeit ook de slavernij voort; immers zoolang iemand
gedeeltelijke
neer
uitgaat
over een ander te zeggen
het, wijl het
uit te strekken.
nog
want zoodra men
iedereen, die er
Daarbij komt, dat
dat
;
iure iets
dat
zaak,
en
kan.
Niet alleen wordt zoo alle gezag ondermijnd, maar ook de vrijheid wordt
20.
er
God overkomen
en wat ons alleen van
ingrijpt
geheel machteloos, en
dus
is
er
van geen worsteling meer sprake. Eo ipso
valsche denkbeeld voort, dat de vrijheid vernietigd wordt.
uit dit
een zoogenaamde
vrijheid
vloeit
Wel kan
er
van de machthebbers met geweld worden afgeperst
maar dan staan er twee tegenstrijdige machten tegenover weer onder trachten te krijgen. Er ontstaat opdat een van beide haar pas verworven vrijheid weer zoo spoedig
afgedwongen,
en
elkander, die de een de ander er
dan
strijd,
mogelijk zal verliezen.
Het
30.
stellen
van eene macht
in
den mensch, alsof
kon uitoefenen over andere menschen, voedt
hoogmoed, de hoovaardij, de
in
hij
suo iure oppermacht
het menschelijk leven den
trots,
zelfverheffing, het autoritaire en tyrannieke.
den Die
met de erkenning en belijdenis der kerk, dat de mensch in zonde ontvangen en geboren is, in onverzoenlijken strijd. Daarom komt ook Gods Woord gedurig tot ons om ons de nietigheid van den mensch te predivoorstelling
knn,
en
zoo
we
is hij
te
is
om
ons
aflaten
te
zeggen, dat
we dan
van den mensch, wiens adem
achten ?
Jes.
in
Deze uitdrukking dat er in den mensch
2 vs. 22.
belijdenis der Heilige Schrift,
wegen Gods wandelen, zijnen neus is, want waarin
alleen in de
is
het kort begrip van die
niets
is,
waardoor
hij
over
een ander overhoogheid zou kunnen bezitten.
De aanwezigheid van overhoogheid kelijkheid.
in
pluimstrijkerij,
de hoogte
eene
den mensch
is
in strijd
met de wer-
Ze kan niet alleen plaats hebben door de schuld van eenen usur-
maar ook door de
pator, vleierij,
in
tilt
lafheid
en zoo over zich
mensch gezag
van onderdanen.
Er
is
ook
in
de wereld
bewierooking, waardoor de eene mensch den anderen
krijgt
over
stelt.
Deze twee manieren, waardoor de
anderen, de eene bestaande in den trots en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's