Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 444

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 444

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Altera).

10

manen, maar opnemen de Christenheid een

in

lag

als

onze eigene beschouwing. Metterdaad

te

sterke voorstelHng gedreven van te breede grenzen,

tusschen

alleen

er

in

men

is

dusver

tot

Maar

soort en soort eene onoverbrugbare klove.

oog gesloten voor de analogieën tusschen de soorten onderling. Hij, wien het alleen om waarheid te doen is, zal die erkennen, wetende, dat de feiten, welke God in de natuur openbaart, evengoed waarheid zijn als zijn Woord. Vooral op de analogieën tusschen het menschendaardoor

heeft

het

men veel meer nadruk komen waar ik wezen

en dierenrijk moet

Maar om nu

te veel

te

leggen dan vroeger. wilde, stellen wij nu de scala eens

aldus op het

Eeuwige Wezen,

de mensch het dier,

de plant,

de anorganische wereld.

dan

door de Christelijke kerk beleden, dat de mensch analogie

te allen tijde

is

met God vertoonde.

„Geschapen

Wat

onze Vader".

op

alle

is

naar de Schrift

is

er

;

zijn

is

niet

van Gods geslacht"

zijn ;

„Kinderen Gods"

;

„God

nu geschied tengevolge van die analogie, die schier

eene

Welnu, heb

kundige Grieken. ten

„Wij

Dit, dat

nu de mensch heeft gezegd:

de menschen voortgekomen. Een god

uit

En dat

mensch.

:

God geboren"

„Uit

punten zoover mogelijk uitkomt?

de goden

geeft

Dat

Gods beeld"

naar

van

voorstelling ik

daarin

al

is

domme

dan de gedeïficeerde

menschen, maar van

of niet dezelfde theorie, als

Darwin

opzichte van menschen en dieren ? Eene theorie niet van heidenen

want ook de Socinianen hebben geleerd, dat de Christus als mensch den hemel opgenomen en daar „God" gemaakt is. Midden in de Christen-

alleen, in

heid

dus de theorie der Darwinisten

!

gelijkheid, hetgeen leidt tot deïficeeren

Lit de sterke analogie concludeeren tot

van den mensch,

tot

humaniseeren van

het beest.

Reeds

dit toont,

waar de

fout

ligt.

Omdat

er in

de Schrift analogie geleerd

wordt tusschen God en mensch, mag men toch nooit daaruit besluiten wezenssoort

men

omdat

;

er bij

God

en mensch zelfs sprake

toch niet beweren, dat er een overgang

is

is

van

tot

éene

yivyr^a-i^,

mag

tusschen God, den ongescha-

pen Schepper, en den mensch, het geschapen schepsel

En dan

is

die tusschen

analogie,

menschen

de analogie tusschen mensch en dier nog lang zoo sterk niet als

God

en mensch. Tusschen

maar toch ligt

in

het

blijft

God

er wezensverschil.

en mensch

is

de sterkst mogelijke

De formule voor de

oWn, „naar het beeld". En

gelijk

analogie des

nu de mensch geschapen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 444

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's