Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 676
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera).
242
Daarop kan 10.
we komen
en
Ik,
Goddelijk
het
uit
antwoord geen ander
het
put uit zijn eigen
van
„Ik"
zijn
dan
dit,
eeuwigheid
Wezen
zijn
denken.
In het
alzoo van eeuwigheid tot eeuwigheid het Goddelijk „Ik",
is
eeuwig aanwezige product daarvan
het
Wanneer
wij dat
zeggen,
ten
denken
volkomen inhoud absoluut denkt, en
dat zijn 30.
zijn
eeuwigheid elk oogenblik
tot
volkomen voortkomt de absoluut aequate inhoud van Goddelijk
God
dat
derhalve tot deze conclusie, dat
dat
ons
uit
is
God.
in
den mensch moesten uitdrukken, dan zouden wij moe-
bij
denkend
ik
onze logos uitkwam en zich voor ons
obiediveerde.
Op
nu
deze wijze
Goddelijk
het
de Heilige Schrift, dat
leert
van eeuwigheid
Ik
het Goddelijk
in
Wezen
eeuwigheid de absolute inhoud van
tot
bewustzijn geobiectiveerd wordt, en noemt
uit
zijn
deze eeuwige zelfobiectivecring
zij
van God den Aóycu-. derde
de
In
3.
nog
geest
iets
moet
plaats
er
op
gelet, dat wij in
anders hebben dan ons denken,
het
nl.
onzen menschelijken
denken van onszelven,
ons bewustzijn.
d.i.
Een krankzinnige denkt dat
hij
hem
met
lang
wartaal
altoos
tusschen
zijn
ik
over
praten
merkt
oogenblik
men waar en
men
en
veel,
neen,
spreekt,
hem
hapert
;
man
onderwerpen,
man
de
men meent, is, kan men
niet als
geleerd
maar op éen
heeft geen identiteit
Dat wonderbare dat wij onszelven den-
zelfbewustzijn.
zijn
een
hij
wetenschappelijke het
hem
verstaat
als
ken, kennen, bestudeeren, beoordeelen, verheffen, heiligen, demoraliseeren, dat
we 't
in
onszelven „differenziren",
kan
alleen mogelijk door ons zelfbewustzijn
van den Aóyzc
tot het definieeren
tot
als
het zelfbewustzijn dat
den -Au
tz\j
;
en
men komen
C-)c:S.
menschen zelfbewustzijn hebben, behoeven wij echter per analogiam alleen op te klimmen tot God, want de Heilige Schrift
Daaruit, niet
openbaart zelf
is
door het overgaan van het denken
is
dat
wij
ons,
als
dat
er in
een „Ik" en een „Mij"
gewrocht Bij
ons
om is
God ;
dit
zijnszelfs wille",
een zelfbewustzijn
De Heere onderscheidt
is.
bewijzen woorden als
:
„Hij heeft alle
dingen
en: „Ik zal mijne eer aan geen andere geven".
het bewustzijn van ons ik onderscheiden van den overigen inhoud
van ons denken, omdat ons
denken altoos
ik
altijd
identiek
blijft
voor ons besef,
terwijl
het
wisselt.
Ons ik blijft gedurende ons geheele leven hetzelfde als in onze kinderjaren, maar de inhoud van het denken is geheel anders geworden, de man denkt anders dan het kind. Dit onderscheid nu ontstaat bij ons alleen daardoor dat er bij
ons een proces
is,
en daar er nu
in
God geen
sprake kan
zijn
van een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's