Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 29
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
Ritschl en de Ritschliaansche Theologie.
God tot
moet
Er
is.
een
bij
Daar het
maakt.
rijk
nl.
rijk
eeuwig
gepostuleerd. Er moet voor dat
God moet
almachtig
moet
rijk
er een voorzienigheid, terwijl het eindelijk
Het
was.
van
begrip
loon en straf
is
riji<
—
om
;
dus
dus
is
het verband tusschen de uiterlijke
God een
rechter
maar bij een tekortkoming onaangenaam aan en geeft ons den
niet reëel,
het Godsrijk, doet ons dit zelf
tegenover
over allen tegenstand
zijn
het leven gerealiseerd
in
en het innerlijke zedelijke leven schijnt, alsof
levenservaring
die het
zijn,
wordt dus de goddelijke eeuwigheid
is,
een triumf
rijk
Dat
zijn.
een eenheid, een regeerder
rijk
indruk van Gods toorn.
Omtrent Christus' voorbestaan
Zijn Christologie.
7.
weten wij
Hij
niets.
taak te vervullen
ste
profeten,
boven
ja
maar
God
de Zoon van
is
menschen.
zijn
persoon
Hij
is
taak,
Hij
kondigt het niet alleen aan, maar Hij
Hem
voor
staat, is zijn
heid
zoekt
echter
van
vrij
over de
triumfen
is
de
't
alle
—
van
los
is
En daar nu reeds
het dus op zijn Urbild, liep.
stond daarom
Hij
optreden van God. Christus' God-
dus, evenals de Socinianen in de attributa Dei.
Christus' inwerking van uit den hemel
niet
boven
Waar nu boven de wereld God
sterven.
optreden voor die wereld als
hij
de groot-
geheel boven de wereld en vierde zijn
wereld,
dood en
wereld,
staat Hij
het zelf ook.
aangelegd en waarheen heel de historie
is
absoluut
alleen
om
van het Godsrijk gegeven.
alles ab aeterno op dat Godsrijk aanliep,
dat de xóo-^asc
met den Vader
dat niet als een profeet
zelf is het Urbild
zijn
in
Daarom
het Godsrijk te stichten.
:
alle
of eenheid
de wereld gezonden
in
neemt alleen aan een
hij
:
Ritschl erkent
inwerking via historiae. 8.
Wat
de zonden
betreft, erkent hij
geen erfzonde of erfschuld, maar ver-
nog onvolkomen toestand, tengevolge van het feit, klaart dat dat het Godsrijk nog niet gerealiseerd is. Daardoor ontstaat toch een zekere kwade macht, die zoo'n invloed uitoefent in de sociale kringen, dat niemand vrij alles
komt. Dus hierin Hij
niet.
hij
vinden,
moet
een
een
als
ontstentenis
nu verhelpen,
dat
De
te zetten.
is
door ze
de zonde
den
mensch ongelukkig en dat
ligt
verloste geen
van
een
zijn.
De bede van is
Zijn
in
haar kring op
zelf. is
eigenlijke
Christus
:
't
De kerk
is
nemen en hun
te
vervreemding van God.
Die vervreemding van
zijn straf.
zonden
—
zijn,
God
TerwijT eindelijk
maar
in
Zonde
is
wil
De
om straf
toch maakt alle
zonden
onwetendheid gedaan
Vader vergeef het hun, want
een bede voor de geheele wereld.
de heerlijkheid van 9.
in
of val gelooft
de menschen, zooals wij ze empyrisch
eenige straf voor de zonde
de zonde
—
in
van eenheid van wil met het Godsrijk.
van
doen
Aan een paradijsgeschiedenis
pelagiaansch.
hij
is
neemt alleen aan, dat
zij
weten
niet
wat
zij
het niet kennen van
Godsrijk en zich deswege er niet toe aangetrokken gevoelen.
Soteriologie
komt hierop neer: wie nog
niet in dat Godsrijk leeft,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's