Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 306
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
288
ibn komt weer meer met ohy overeen
;
De Grieksche naam voor eeuwig
ütxlvcct;.
denzelfden
stam,
uit
De
=
Het woord
Het
begrip
Die stam had
dus op het
ziet
xl'jiv
is
deze, dat het samen-
is
Duitsch Ehe, grondstam ek, welke stam ook
den zin van het gebondene
in
herkomstig van
is
hoe ons woord „eeuwig"
vraag,
De gangbare meening
huwelijk,
maar
celare.
:
steeds, gedurig.
y.el,
xlFwioc.
x'l-'ei,
niet opgelost.
duurzaam,
wat soliede
;
is,
is
Aurum solidum is gesloten goud. Zoo ook staat de echt tegenover omgang het huwelijk met zijn onoplosbaar karakter tegenover
blijvend.
de
nog
is
beteekent
den
is is
aanhoudende bestendige.
met „echt"
hangt
bekend
dus
eene F,
oorspronkelijk
duurzame, afgeleid
ook
die
het beteekent
lossen
;
vrije liefde.
wordt
Afojy
de
in
menschenleven.
Cf.
der
Graeciteit
Homerus
:
klassieken
rhv AiVe
«f/^^x,/^
eerst gebezigd
het
re kxI
a/óji/
en het leven. Het menschenleven, hier a/wv genoemd,
is
voor een
dezen begaf de adem
;
voor ons een onbekende
tijd. Van daar is xlw in de Graeciteit overgegaan op het meer algemeene begrip van eene ver zich uitstrekkende periode, en van daar weer op een tijdsduur van honderd jaar, saeculum, eeuw. Het NieuwTestamentisch begrip van xlw in den zin van Y.brrfxzc (Hebr. 1:2: ÏTroir^Tvj rolq
en onberekenbare duur van
cültjivxc^
en
de werelden geschapen)
Hij heeft
voorloopig
wij
laten
beteekenis van het b.
Komen
woord
opslaan,
waar
noodig.
Voor
het
33
:
Dit
D^ly ^x
naam
is
epexegese zal
„Ik
Deut.
32
eedzwering D^ly^,
Ik
:
;
zijn
bij
die
Schrift, dat
de
den zin en de
tot
de virtus
eerst de plaatsen in de Schrift
Dei gevindiceerd wordt. Niet
alle
plaatsen zijn
viertal volstaan.
een tamariskenboom
de
in
om
is.
van het Goddelijk wezen,
des Heeren, en dat deed
moeten
Wij
niet essentieel
doen
door „bosch" weergegeven,)
de eerste maal
is
te
Oude Testament moge een
Hij plantte
:
ir0 den Naam
geroepen.
zoodanig
de klassieke Graeciteit onbekend
in
ons hier alleen
noemen, dan moeten wij
aeternitas
die
niet al te juist
(n
als
is
het
wijl
wij nu tot de eeuwigheid
Dei, die wij aeternitas
Gen. 21
rusten,
de
in
(^i£^x,
bij
Berseba, en
hij
door
rx\TV
hij
te
Statenvertaling riep aldaar
noemen
aan
driV ^N.
Jehova onder dien naam wordt aanbeduidenis hiervan wèl verstaan.
eigenaardige
nln\ Hierbij hebben wij dus een bewijs, dat men den Ik
zijn
zal"
reeds
begon
te
vatten, al
was
hij
nog
geopenbaard.
40 spreekt de Heere slechts
leef in
éene
:
n; D^^K'-^n nc'N (dat
hand wordt opgeheven)
eeuwigheid.
Dat
^n
is
hier
;
is
het teeken van de
en Ik zal zeggen
niet het
verbum
r^^n,
:
""DiN 'n
maar een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's