Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 414
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
396 inzicht
en onze bekrompenheid, wijl immers uiteraard
breken
niet
Rom. 4
„Daarom
zij,
15
8; 2 Cor.
is
Ze
der
vervulling 1
De
20.
:
zij
is
uit
en
zijn vxi
het geloof, opdat
De
den zade."
al
zij
de
dat :
zijne beloftenissen
zal.
16:
:
de belofte vast
vatbaar.
God
zij
moet
iTrxyyeAi'x
belofte in Christus
naar genade
zij,
teneinde
wezen, en opdat ze
/Je/Ja/a
gekomen.
Cf. voorts
Rom.
beloften zijn niet voor intrekking of voor wijziging
kfjcr^if.
Datzelfde nu, wat van de belofte geldt, wordt in de Schrift ook uitgesproken
de nnn. Het verbond houdt wel beloften in, doch is zelf geen belofte, maar eene verhouding tusschen God en mensch met wederzijdsche rechten en verplichtingen. Ik wijs hierbij alleen maar op Jer. 33 20 en 21 en wederom Daar wordt de gehoudenheid Gods zoo sterk mogelijk uitgevers 25 en 26.
van
:
Gods nnn met
sproken.
en
volk,
zijn
met David, heeft dezelfde
speciaal
onlosmakelijkheid als de vaste en onomstootelijke ordi-
en
onverbrekelijkheid
Gods in de natuur. Deze denkbeelden nu van vastheid en onvernietigbaarheid gaan vanzelf
nantiën
Gods Ik
Dat
over.
ni''?DN
zal
uit
nog op deze éene uitspraak der
nu
wijs
aannemer des persoons, dat c^s xr:).
Dit
drukt
iemand voor God
maar dat
spraak,
Hij
dat
uit,
heeft,
si
de
Schrift,
aangezicht
zijn
niet
dat Hij niet
opheft
is
een
(TpoT'jiTro/.-ri^/rx,
mindere of meerdere aantrekkelijkheid, die
licet ita dicere,
geen invloed heeft op
cf.
Act. 10
:
34; Rom. 2
(meer de echt Hebreeuwsche uitdrukking); Efez. 6
:
zijne recht-
Dit leert ons het
Hij oordeelt naar zijn vast statuut.
Testament nog meer dan het Oude;
De veritas
in
de volgende observatie nader blijken.
9;
1
:
Petr.
Nieuwe
11; Gal. 2 1
:
:
6
17.
veracitas Dei.
et
Deze virtus Dei hangt met zijne iustitia en sanctitas op het nauwst samen. Maar wat bij de bespreking van deze virtus moeilijkheid oplevert, is eenerzijds, dat de beteekenis van het
npN en n^vox
in
het
Oude Testament en van
Testament niet geheel op elkander passen; daar
Nieuwe
is
iA/^S-crx in
een merkbaar
verschil tusschen; en anderzijds, dat in
onze S/af^noverze/Z/Wj^ de keuze tusschen
„waar" en
onberispelijk
„waarachtig"
niet
onderscheid tusschen beide. in
onze
taal,
naar
verschillend zijn
in
altoos
Waarbij dan nog
gelang van beteekenis.
als
is
;
er
is
geen standvastig
derde moeilijkheid komt, dat
het accent, waarachtig en waarachtig geheel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's