Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 116

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 116

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Prima.)

98

bewijzen het bestaan van

middel van

het

reformatie,

maar

God

De poging

af te leiden.

denken Goddelijke zaken

te

bewijzen,

en methode,

is

niet uit

om door

den

der

tijd

de dagen van de suprematie

uit het laatst der vorige eeuw, uit

der Wolffiaansche philosophie.

In de dogmatiei< van Wyttenbach, „Dogmatica worden de hoofdvoorstelhngen van een dogma genomen als te bewijzen stellingen, en wel te bewijzen niet uit de Schrift, maar door middel van syllogismen. Men begon dan natuurlijk zijne dogmatiek met het bewijs, dat er een God is. Anders had men er immers verder niets aan. Men sprak en schreef dan, alsof men te doen had met menschen, die nooit van God gehoord hadden. En eerst als dat bewijs was afgehandeld, ging men over tot

mathematica'"

een volgend punt.

Onze vaderen gingen vaderen

wing

men

vindt

ook

die

te

Toch is het noodig, de positie onzer men bij oppervlakkige beschou-

niet op.

bespreken, omdat

eene tegenovergestelde conclusie zou kunnen komen.

tot

licht

namelijk

weg

dien

deze materie

in

alleen deze vijf bewijzen,

niet

Bij

hen

nog meerdere,

zelfs

hen worden aangevoerd tegen het atheïsme, het ongeloof en den

bij

Oppervlakkig krijgt men daarbij den

toen reeds begonnen te spoken.

twijfel, die

maar

indruk, dat metterdaad onze vaderen de exsistentia Dei met zulk soort bewijzen

Doch

wilden staven.

Voetius

God ook mag

van

doen

wel

het

in

in zijne

bewijzen, en antwoordt zijn

gemaakt

distincties

„Disputationes",

strijd

tegen

armentur theologi

„ut

studiën,

dit is niet het geval.

vraagt

siquidem necessitatem nobis non volgens

Op

men

165, of

zichzelf niet,

gaat

het bestaan

maar men mag in

academische

haereticos et atheïstos."

En na deze

hij

dan

aldus

„His

voort:

admittimus inter Christianos non debere disputari an

distinctionibus

dat

pag.

de atheïsten, en dus ook

contra

hebben,

te

:

I,

Voetius

facit

de dogmatiek

in

Men

impiorum importunitas." als

zoodanig,

d.

i.

in

admissis sit

Deus,

ziet dus,

de belijdenis van

Christelijk terrein, de kwestie van het bestaan Gods worden („non debere disputari an sit Deus"). Ze mag En bedoelt Voetius daarmee alleen aan de orde komen tegenover atheïsten. toch zal bewijzen ? Neen. Maar wij nu, dat men het aan die atheïsten dan

de

mag

eens

op

kerk

Christelijke

niet

gesteld

moeten aan de atheïsten bewijzen waarbij bewijzen,

middel

juist

als

dat

van

neering het

er

de

hem zij

loochenen,

niet

en dat kan

,

dat

zij

Men kan

uitkomen.

met hun

stelsel,

nooit een atheïst

God is, maar als hij ons aanvalt, dan kunnen wij door genoemde bewijzen hem duidelijk maken, dat zijne rede-

een

vijf

nooit kan leiden tot verklaring van de problemen.

eigenaardige

bezaten

voor

God

een

zij

bij

die

menschen, dat

de wetenschap, als stond hun

hen geen probleem meer.

zij

Want

dit

is

voortdurend zich aanstellen,

stelsel

muurvast, en als ware er

Daartegen nu doen deze bewijzen dienst

als

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 116

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's