Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 650
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera.)
2\6 gese
voldoende
als
„op
Middelaar daar
er
in
het
de
op,
niet
tijd
laat het zich
is,
derhalve zoo
op de opstanding en de hemelvaart, dan gaat
Ziet ^^ni^;* alleen
geheel
't
zou
eeuwig raadsbesluit geen
het
niet verklaren.
Dvn
dan
aangesteld",
in
den zin van
in
genomen heb, heb Ik U als raadsbesluit Gods niet eeuwig zijn, en
raadsbesluit
mijn
Ik
neemt men het
immers
beschouwen,
te
moment waarop
het
dan gekomen
zou
uitbrenging
zijn
na zijne
hemelvaart.
Wanneer
om
over,
mogen
wij dat nu
Dat men wel het
opvatte als
^^";lt^;'
aan den Zoon, maar met
eere
woorden
deze
van
uitsluitend
te
éene explicatie
brengen,
nl.
deze
zich besluitende het uitbrengen van de
grond
we
de eeuwige generatie, zoodat
in
van de eeuwige generatie noch ook
verstaan
uitbrengen van den Middelaar
het
er slechts
blijft
overeenstemming
in in
zijn
uitsluitend
niet
dan
vaststellen,
deze woorden met den zin
in
zijne heerlijkheid,
maar
van dat uitbrengen op grond van en krachtens zijne eeuwige generatie. Dat gevoelen wordt ondersteund door hetgeen nu volgt
mag men
i^\
sprake
van
is
dat
op
los
van
zeker
„Zoon".
Spreek
ik
Zoonschap terugslaan
het
nemen,
te
~\^i
Romeinen en Hebreen
Wat
overdrachtelijken
in
en
juist
daarvan, en zeg
daarom gaat
;
worden
hierin
op dat Zoonschap de nadruk
:
de woorden daar staan,
geen
bekend duidt
aan
twijfel
eene
komst bestaat.
Nu kan woorden
ik, :
ligt
sfeer,
woord
^^n
bevestigd doordat
in
valt.
woorden echt
die
Trplv 'Xfipxkjj,
yevéa-^xi iyoj ei/xi.
we hebben
tijd,
dus een zin die
elke taal eene onregelmatigheid vormt. zijn,
er
is
tijd,
Er
geen enkele variant op volgende op
Trpiu
?
Het
waarin geen verschil tusschen verleden, heden en toe-
ons menschen
Bij
dan moet
valt alles in die
3 uiteen,
bij
't
Goddelijke
weg.
valt dat alles
Dit
of
in
:
wat beteekent dus een tegenwoordige
;
aan
daarbij i^\
het niet aan het
temeer
wij
In Joh. 8 58 zegt de Christus tot de Joden Daar gebruikt de Heere een tegenwoordigen
is
ik
Dvn?
beteekent dat nu
zooals
gebruiken, echter niet als er
zin
om
'V>y
ook
het eeuwige in menschelijke taal uit te drukken, bezigen de
y.yJ
in
b
r,v
y.xi
b
spy^ó/xzvcc of
naam mn^.
den
Ik
ook kan
zal
zijn
ik
die
het praesens gebruiken. Ik
zijn
zal,
die
ook het
eeuwige bestaan Gods uitdrukt.
vn het
nu
ligt
op éene
tegenwoordige,
doorgaat.
in
lijn
dien
met het eeuwige, het zin,
dat
het
is
ook de uitdrukking van
beteekent het eeuwige, wat altoos
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's