Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 168
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE MAGISTRATU.
140
kan dat
op
men God
tenzij
zijn,
men
Een
te zetten.
zij
Dan
wegcijfere.
is
ook volkomen consequent,
het
het huldigen van souvereiniteit van
bij
volk eo ipso verklaart
't
ook
dergelijk iets doet zich voor
in
God
onze dagen, dat men
ook van Moderne, klassieke en literaire zij weer min of meer vroom begint worden, waar men vroeger van geen godsdienst hoorde. Neem b.v. Dr. Pierson, vraag hem naar religie en ook zeker is hij vroom, maar het is geen religie, waardoor hij gevoelt, dat er gezag over hem wordt geoefend; neen, zijn religie
te
het eenvoudig spel van de poëzie van
is
gezag.
Waar men
brengt,
is
God
het denkbeeld van
gevonden,
Het
kringen
die
in
als
't
geen schepsel bekend
van religieuse poëzie
boven den mensch staande religie
in eere
niet terug-
geen gezag of macht.
we God den Heere wegdenken
als
dat boven ons staat, dan
is,
met recht en
hart, niets uitstaande
spelen
de mensch supremum en heeft de
blijft
volkomen waar, dat
is
het
op aarde
er
de mensch supremum en
is
het in den aard der zaak, dat men den mensch als souverein erkenne. Van welken aard die souvereiniteit dan is, daarover later. Niemand is dan homini superior. Omgekeerd in eiken kring en in elk hart, waar God de Heere als de levende God erkend wordt, die altijd boven ons en alles staat, daar ligt het ook in ligt
den
aard
der
zaak,
dat
alleen
Souverein
Hij
kan en souvereiniteit kan
zijn
bezitten.
Ten tweede
20.
ligt in het
Zoodra men aan hetgeen supremum
duldt geen grenzen.
anders
niet
dit
dan
beduiden,
dat het
supremum
is
bepaald opzicht, onder één bepaald oogpunt
één
in
begrip souvereiniteit het alomvattende. Souvereiniteit
;
is
op
stelling,
dat
mensch,
leidt
Supremus
is.
er
't
God
eene gebied
natuurlijk
Daarom
laat
toe 't
Souverein zeggen,
te
is
dat
stelt,
kan
evenwel volgt dan, dat
andere terreinen liggen, waar anderen souverein
daarnaast
grenzen
op één bepaald gebied,
zijn.
Deze voor-
en op een ander gebied de
God
niet
in
absojuten zin
gebied van souvereiniteit niet eenige grens toe
en elk begrip van souvereiniteit, dat beperkt, bepaald of begrensd, onderwer-
ping die
zoekt door macht tegenover een macht, die weerstand biedt of een wil, zich
verzetten kan en iets uit zich zelf poneeren,
is
vernietiging van het
want er kan geen macht of wil zijn, die zich verklaart en verzet tegen de suprema potestas, tenzij die macht en wil een steunpunt hebbe, waarvan ze uitgaat en tegen God indringt. begrip
Dit
zelf,
„buiten
God
liggen"
tweegodendom in pans en Ahriman met het
cessie, dat
bepaalt
de
zijne
God God mag mensch,
poneert
juist
een begrip van een dubbelen god,
het Perzisch dualisme van
Dews,
zijn als
of
is
Ormuzd met
dit niet het geval,
dan
zijn
Amschads
blijft
de con-
goedwillige concessie van den mensch.
op welk gebied God supremus en
hij
Dan
zelf het zal zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's