Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 962
college-dictaat van een der studenten
;:
Locus DE Christo (Pars Tertia).
146
wezen bij wien een eeuwige raad is en rechtvaardigmaking het maakt op Daarom ons meer den indruk van een formule dan van een levend wezen. te hulp, zeggende: „dat God een verterend vuur" ons komt de Heilige Schrift ;
;
—
vuur
Het onderscheid tusschen
is.
God
het vuur werking uitgaat. Hij
is
immanent de
de fontein,
is
en
daarin gelegen, dat van
licht is juist
geen abstractie, maar een werkende macht
de ruimte en vervult haar geheel.
in
—
springader
w,
d.
z.
daarom ook
Hij heet
de levende, bruisende macht, die de
druppelen opwerpt naar boven en heel den omtrek bevochtigt.
Waar de teekent
Hem
van
Heilige
zoo
in
de leerboeken en
als uit
En dat
doordringt.
ons leven, werpt
alles neer,
zij
daar
Gods
Waar
lijn.
wat
niet
gebeden
in
durven naderen
wien
aan
Middelaar,
en
priester
Hem
tot
volkomen
als niet
Majesteit ons omgeeft en
heilig
en rein
hoe
;
is.
zal
in
En hoe de Kerk
tusschenbeide treedt die Hooge-
gebroken of onrein
niets
Hem
de Majesteit Gods indringt
nu Gods volk met zulk een God gemeenschap oefenen
zal
kennen en
leert
krijgen wij een heel anderen indruk
het alsof
is
nu de andere
is
God
ons zoo den levenden
Schrift
machtige beelden,
is
en die met de
vrucht van zijn kruis de zonden van zijn volk toedekt en overdekt?
Zoo ligt dus in het snijpunt dezer twee lijnen — eenerzijds het potentia arm zijn van Gods kind maar actu rijk in Christus, en anderzijds het immanente de noodzakelijkheid, dat Christus als indringen van Gods Majesteit in ons
—
onze Hoogepriester voor ons intercedeere en verzoening teweeg brenge. Die daad nu van Christus heet
van
van
oogenblik
het
om
genadetroon
te
—
gebed wegneemt en Christus ergens
den hemel
in
Het eerste kan die
altoos
is,
Ze kan
voorbidding.
hemelvaart
zijn
bidden
zijn
Door excessus,
door defectus miskend worden.
als
men
óf
door excessie óf
zich Christus voorstelt
geknield liggende voor den
af altoos
maar ook per defectum, herleidt tot een losse,
als
men
zwevende
allen
vorm van
gestalte, die daar
niets doende.
niet, wijl het te kort
met de profetische en
de Heilige Schrift ons Christus
doet aan
zijn
koninklijke waardigheid,
priesterlijke vereenigd niet voorstelt in
blijft,
den hemel
voorts ook wijl als geknield lig-
gende, maar als zittende ter rechterhand Gods,
Het laatste kan evenmin, vleesch
een
ten hemel gevaren
menschelijk
een wereld moet
Verder
ons
eindige
is
in
de Heilige Schrift
en dus
Hem
waarin Hij
als
in is
leert,
dat Christus met ons
een eindige gestalte
;
dat er derhalve
en dat er ten slotte ook
in
den hemel
mensch handelen en werken kan.
vorm door te dringen, waarin Christus voor ons bidt, komt wat sentimenteele fantasie daarover verdichtte, moet verSlechts dient men wel aan deze beide momenten vast te houden in
niet toe.
worpen.
bewustzijn zijn,
wijl
den
Alles
vorm en menschelijke verschijning
—
maar
in
den staat der heerlijkheid
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's