Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 704

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 704

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars tertia).

14

van

„vermogen" onafscheidelijk het onderscheid van potentia

denkbeeld

het

en actus.

komt

Daarbij

voorts,

de onderscheiding tusschen het vermogen en de

dat

vermogen zóó inhaerent is bij ons menschen, dat wij „vernemen in tegenstelling met den actus met potentia sluiten wij den actus uit. Wanneer wij dus analogice willen opklimmen tot den Heere onzen God, dan kunnen wij dat nevendenkbeeld van het woord „vermogen" niet alleen niet houden, maar wij moeten het afsnijden en komen tot het inzicht, dat bij God het vermogen volkomen adaequaat is aan den actus

werking van

mogen"

het

altijd

;

het proces, dat in ons de facultas en de

van

processus

heid

;

en overgang

is

bij

Het archetypisch karakter van

dat

spreken

Hem

bij

is

met het eeuwige

alle

;

alle

denkbeeld

uitgesloten door Zijne onveranderlijk-

potentia

uit

ding

in

in

actus, Hij nooit.

God, verbiedt het woord en het

„vermogens" ten opzichte van kennen en willen zóó op God

van

brengen,

te

wij

Hem

door den overgang

wij veranderen

denkbeeld over

werking scheidt,

van God en met Zijne volkomenheid onvereenigbaar

bestaan

als

van

het in ons bestaat, en deze bepaling

ken- en wilsvermogen

van eeuwigheid

in

eeuwigheid volkomen actus

tot

moet

er altijd

bij,

God, maar dat het vermogen is.

Het gevaar om het proces op God over te brengen, was dan ook de oorzaak, dat men in de Theologie het gebruik van de woorden „ken- en wilsvermogen" bij Hem steeds meed, daarom nam men ze op onder de virtutes. Wanneer wij dan ook voor de keuze kwamen te staan om óf van kennen en willen in God te spreken, maar dan het proces te laten binnensluipen, óf

om

ter

vermijding van het proces alle spreken van kennen en willen te laten

varen en tot de oude methode terug te keeren, dan zouden wij zonder aarzelen het laatste

moeten kiezen.

Waarom is het nu toch raadzaam om bij Wezen te spreken van „vermogens" ? Men zou toch kunnen zeggen als toch :

kende

is

en

alle potentia

bij

Hem

de beschouwing van het Goddelijk

het

actus, spreek

vermogen dan maar

in

God

niet

altoos wer-

van „vermogen"

maar noem eenvoudig „actus".

waarom ? Omdat de Heilige Schrift ons zelf maken tusschen hetgeen in God werkt en hetgeen

Hierin steekt echter gevaar, en

een

leert

onderscheid

God werken

in

De

Heilige

alles werkt,

Hij

zal

kan. Schrift

leert

ons

niet

kennen een Pantheïstischen God

wat werken kan, maar een God die vrijmachtig

doen en wat

Hij niet zal doen,

een

God

in

in

zelf bepaalt,

wien keuze

is

wien

wat

(de verkie-

God, die niet gehouden was om die wereld te scheppen, waarin wij maar die deze wereld in het aanzijn riep naar zijne vrijmacht. Dit moment

zing), een

leven,

te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 704

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's