Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 130
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
112
ons thans
Laat
IV.
zien,
welke deviatiën deze twee termen der synthese
tot
geleid hebben buiten harmonie en onderling rapport.
De immanentie, evenzoo
haar verband gerukt,
uit
leidt tot pantheïsme,
Pantheïsme en deïsme
tot deïsme.
de transcendentie
termen, die parallel loopen met
zijn
immanentie en transcendentie.
De scheefgetrokken immanentie
A.
Hoe komt Zoodra de
niet
immanens termen
est
van
de transcendentie, kan de laatste
meer controleeren en gaat de grens weg tusschen en
id
quo immanet.
in
quod immanens
id
:
immanentie losmaak
de
ik
eerste
est
en
id
immanentie toch
de
Bij
quo immanet.
in
termen maar zuiver op zichzelf gehouden worden,
Maar
ïsme volkomen afgeweerd. vloeien
ze
immanet
quo
in
dan
ineen,
ontzettendheid
kunnen
wij
niet
Zoo
aanstonds
te
maken,
in
namelijk
dan heeft men het pantheïsme. afgesneden.
ïsme onherroepelijk dus,
altijd
ligt
maar God
pantheïsme
het
is
in
al
immanet en
qui
in
zijne id
in
het heden
;
de natuur geen onderscheid maken tusschen het leven, dat er
onverbiddelijk
ja,
Zoolang nu die twee
voor ons tegenwoordig besef
vinden
te
quod twee
geene absolute grensscheiding meer en
is
is
id
zijn
elk gevaar voor panthe-
is
Deze grens nu tusschen
aanwezig. is
in
er
natuurlijk
werkt, en de levensuiting, die wij er
grens
pantheïsme.
is
dat.
aeternus,
dan was Hij
1
1,
:
in
die
„Zijn beide coaeterni ?"
:
heeft
het
feit
men
het panthe-
van de schepping
toch de kosmos in den
Is
er,
maar éen weg om
is
vraag
Zoo neen, dan
Gen.
In
de grens gegeven.
Er
zien.
de
eer de wereld er was, en
tijd
geschapen,
kan Hij dus nooit
Dan is Hij in zijn eigen wezen bestaande en de kosmos een contingens, een accidens bij Hem. Hierin ligt dus de eenige vaste grens tusschen Deus qui immanet en den en ziehier de zaak, waar het op aankomt kosmos, in quo immanet. Maar
met die wereld geïdentificeerd.
—
—
dat
de
aanzien.
door
wereld
God
Integendeel, ze
uit
het
genden indruk van het permanente. wetenschap ons toekomen, dat
mensch
die
wetenschap
kracht, noodig
om
kunnen wij haar niet menschen een overweAlleen door openbaring van buiten kan de
niet,
er eer
dan
mist
was dan de kosmos. hij
Heeft de zondige
de zedelijke en geestelijke veer-
de twee termen der immanentie
zijn
is,
kleine, nietige
God
Maar de transcendentie is toch in alle Volkomen waar. Doch dan hebben gepraedisponeerd
geschapen
niet
maakt op ons,
uit
elkaar te houden.
deïstische voorstellingen blijven wij te
dan de pantheïsten.
Of
hangen?
doen met menschen, die anders iemand, die van de openbaring
afdoolt, pantheïst of deïst zal worden, hangt af van zijn aanlegen natuur. De cene mensch is meer geneigd naar binnen te treden, de andere meer naar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's