Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 627
college-dictaat van een der studenten
:
Caput
De Mediatoris Persona.
III.
merken zou.
het verschil niet
Het
om
praeëxistentie
begripsverwarring
;
te
79
etc.
spenen aan
dat wegslinken van het reëele in
Daartoe in
is
noodig
ons bewustzijn het helder op-
Alle spreken van een persoonlijk voorbestaan van den
nemen.
is
voorkomen.
te
al
dat wij het zelf duidelijk begrijpen en
10.
De
2.
;
daarom onze roeping, ons
is
het gebruik van onduidelijke woorden,
de ideëele voorstelling
§
!
Zone Gods
is
spreken van een persoonlijk voorbestaan van Christus
alle
om
een spelen met woorden,
voor de reëele de ideëele praeëxistentie
in
de
plaats te schuiven.
Te spreken van een voorbestaan
het
zijn
praeëxistentie van Jezus gaat
van
zijn
ontvangenis en geboorte tot aanzijn
;
éér bestond het niet.
De
menschelijk wezen moet zoo sterk mogelijk geloochend.
zijn
werd verdedigd door toe
praeëxistentie van
Deze valsche
tengevolge daarvan werd Jezus ook vóór zijne ontvangenis
;
De pogingen van naar
zoeken,
zekere
het verleden, dan
ik
bestond reeds
realiteit
tot
een mensch
verlaagd tot een apart soort heme-
ik
van Jezus' praeëxistentie in
in
dat volk gelegd,
Ga
iedereeen.
ik
terug
beginnen met mijn ontvangenis en geboorte
niet
de wenschen en beden van mijne moeder, Er
mijne geboorte
bij
realiteit
Dat geldt van
mislukt.
moet
de
van afstamming en heiligheid
voorvaderen.
mijner
de novo
niet
in
om
Ethische zijde,
evenzeer
zijn
in
trekken
Hij
ook de Gnostieken leerden.
ling, gelijk
Israël,
leer
Het paste de praeëxistentie ook op Jezus
het Arianisme.
gemaakt, zijne Godheid verloochend en
te
nog minder, want dit zou kwam pas met zijn
menschelijk wezen en dat
verwantschap van karakter
is
uit
;
de karakter-
in ;
ik
ben dus
den hemel gevallen, maar heb wortelen van
aanzijn, evenals een boom. Vat ik het in dien zin op, dan is bij elk mensch van eene praeë<istentie te spreken en hef ik dus juist de exceptie voor Christus op en dat ik bij Christus met eene exceptie te doen heb, blijkt hieruit,
mijn
;
dat niemand zal zeggen
Plato
Bij
vinden
wij
:
Eer mijn grootvader was, was 't
ik
eerst die philosophische praeëxistentie ontwikkeld
hem had alles hier zijn eigenlijke existentie in den -Kca-fxcc Th>y l^v^y men alles geleerd en op aarde rondwandelende bracht men zich slechts te binnen wat men daar vernomen had. Die soort idiologische praeëxistentie is dus Platonische philosophie. Nog reëeler vindt men dit bij volkeren volgens
die
;
had
daar
aan
zielsverhuizing gelooven
;
zij
meenen, dat de personen reeds vroeger
bestaan hadden en van lichaam tot lichaam trokken. Al deze voorstellingen moeten gebannen.
Slaan
wij
't
mensch
geen
Evangelieblad op, dan zegt Christus daarin van zich
van
zich
zelf zal getuigen.
Wij hebben hier
te
zelf,
wat
doen met een
unicum quid, een geïsoleerd verschijnsel en dat moet verklaard. Wij hebben ten
iste
in
ons aanzijn
te
onderscheiden tusschen vier perioden
:
van volwassen man.
ten 2^^ de voorafgaande periode van rijping, beginnende bij de ontwaking van het bewustzijn (ongeveer op ons 7^^ jaar en durende tot wij een volwas-
sen
man
zijn).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's