Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 452
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera).
18
God
?
lijk
bestaan opgeheven.
Het
kan natuurlijk
CT(
niet
worden losgelaten
;
anders
het persoon-
is
verschil tusschen het archetype en het ectype
Het
Wel moet
ook
God
moet
rung plaatsons. Zij kan niet bij zooals wijze grijpen, maar niet op de plaatsgrijpen door coördinaten; dat leidt tot polytheïsme. dus liggen
in het
moet dus
Zij
Trr^g.
in
Diff eren
zi
op eene andere
bestaan
archetypische
het
in
er
wijze tot stand
komen. Hoe dan ?
Kan om dit
God
ze liggen in de tegenstelling tusschen uit te
Kan de
wereld.
en den kosmos 7 Laat ons,
maken, eene analogie nemen. Wij hebben naast ons eene dierentegenstelling tusschen ons en die dierenwereld de Differenzi-
rung wezen voor ons bestaan
als
persoon? Neen, volstrekt
Daar
niet.
is
wel
eene tegenstelling tusschen onze natuur en die der dieren, maar nooit brengt Dat verschil raakt die eene Differenzirung van persoonlijken aard met zich.
Naar deze analogie nu kan men ook uit de tegenstelling tusschen het wezen Gods en de exsistentie van den kosmos nooit komen tot het persoonlijk bestaan van God. Wel brengt dat ver-
onze natuur, maar
eene
schil
analogie,
tegen
persoonlijkheid
kosmos. Tlph
voorstelling
Iets,
onpersoonlijken
leidt
afdoende
alles
zou
zijn
God zou gehad
het persoonlijk bestaan van
op de
maar
moet innergöttlich
tot dit resultaat,
God onmisbaar zijn.
Bij
grij-
y.o<Tfj.o-j
is,
dat de Differenzirung, die voor niet
kan gevonden worden buiten
dit resultaat
op de problemen. Al wat
a.
moeten wij
aan de inleiding toe zijn, blijven staan. Straks
de oplossing brengen
kunnen
KXTxfioX>,
natuurlijk niet kan.
het Goddelijk wezen en dus moet gezocht in dat wezen, m.
zirung
dat de
het ontstaan van den
niet plaats
tot
rijst,
hebben, die eerst daarna en daardoor tot
was gekomen, hetgeen
ons dus
bedenking
bij
had die Differenzirung
wat hierop neerkomt, dat men
het persoonlijk bestaan
Het gezegde
de
Gods dan pas ontstaan
y,xTx(3o'Ar,q KbcTfxov
pen natuurlijk. een
Terwijl in de tweede plaats, nu afgedacht van deze
natuur.
deze
bijvoorbeeld tusschen de Goddelijke natuur en
mee
tegenstelling
menschelijke
de
onzen persoon.
niet
w. die Differenhier,
nu wij nog
moet de openbaring ons
wij hier doen,
is
de kwestie
met hare problemen maar openleggen. kom nu tot het tweede kenteeken van de menschelijke persoonlijk2. N Ik het ik, het lyw. Wel is er ook bij de dieren zeker bewustzijn een bewustzijn, dat centraal uit het ik opkomt, bezit een maar in vagen zin, dier niet. Hoe weet men dat? Want dat mag men niet zoo maar zonder grond zeggen. Wanneer men bij de menschelijke persoonlijkheid nagaat, hoe die opkomt, dan zien wij eene processueele ontwikkeling. Eerst merkt men van heid,
die ik
namelijk
persoonlijkheid niets
;
als
een kind op moeders schoot
of van een persoonlijk bewustzijn niets
te
ligt,
is
er
van een
ontdekken. Langzamerhand echter
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's