Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 744
college-dictaat van een der studenten
LOCUS ÖE HOMINE.
102
nog dieper beschouwen
wij dit versciiil
mij
;
Men kan
Daarmee bedoelt men dan
niet."
zeggen
dat het niet
niet,
bestaat,
gunt.
;
is hij niet
De
2.
de
tegenstelling tusschen wezen en natuur.
wat
iets,
niet
van
spreken
de natuur der
Wel van de natuur van
enz.
kan men ook bezigen
Onvroom wordt,
dom hebben
d.
i.
Er
de menschelijke natuur.
De
lijke
3.
maar ook tegen
zelf
alle
de
Het menschelijk geslacht
menschelijke
natuur
is
dat,
wat
de samenvatting van
is
allen
gemeenschappelijk
is als 't ware één moedergrond, één massa, zamen gemeen hebben. Christus is in deze menschenatuur ingegaan, niet in schijn, maar in werkelijkheid.
bezitten.
één
;
zich
echter een groot verschil tusschen het menschelijke geslacht
is
individuen
één eigen-
bezit,
Die tegen de menschelijke natuur
tegen
alleen
niet
de menschelijke natuur.
alle
stelt.
menschen één gemeenschappelijk
alle
daarom
zondigt
menschen.
het
;
de Goddelijke Personen één wezen gemeen hebben, zoo kunnen
nu
ook zeggen dat
zondigt,
der
Natuur
dus niet onvroom
wanneer men de natuur tegenover God
Gelijk
metalen,
is
met de kunst
in tegenstelling
het,
wij
der
zon,
de natuur zal dien zieke wel beter maken.
te
:
Van Zoo kan
iets ontstaat.
planten, dieren en menschen.
om
zeggen
een ander
uit
kan men dus alleen overdrachtelijk spreken.
natuur
ook
feitelijk
engelen
gezegd van
alleen
goddelijke
men
:
meer."
Natuur kan
en
de wording maar ook
niet alleen bij
existentia uiteengaan.
maar dat men aan dat bestaande geen existentie in zijn levensEn zoo kan ook omgekeerd iets wel existentie maar geen essenmeer hebben men kan zeggen van een verloopen jongmensch „Neen, dat
meer
kring tie
voor
bestaat
„dat
kunnen essentia en
verloop
het
in
menschelijke natuur
deeg, dat allen te
Bewustzijn, geest,
ik,
persoon.
Wanneer een kind geboren wordt, onderscheidt het nog niets dit onderscheiden komt langzamerhand. Het eerst komt het dan tot bewustzijn b.v. ;
het staat
stoot
zich,
het
nog
niet
dan
b.v. altijd in
In
het
stelling
het
Ich
;
bewustzijn
het
den derden persoon
tweede stadium
:
is
nog
ontwaakt
het ik
;
en
een
evenmin
als
het
nicht-Ich.
kinderjuffrouw
men
vraagt
:
Nu :
is
men
hoeveel
„hoeveel
bij
personen hebt
ons tweeërlei beteekenis
be-
wanneer een mensch de tegen-
zijn
persoon een begrip van deze aardsche bedeeling
Persoon heeft
ik
niet „ik eten".
echter nog geen persoon.
personen
Het
Een kind spreekt
onbepaald.
„Willem eten", en
gaat gevoelen tusschen zich zelven en wat niet zich-zelf
tot
niet
wordt geprikt door een speld en schreeuwt.
is.
gij
er
is,
tusschen
Men
zegt
op de kinderkamer
in
den hemel ?" daar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's