Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 320
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
3Öi
waar God een eeuwige gloed, een eeuwig eeuwigen gloed wordt „Altoosdurend" en
gloed
dat
„eeuwig" vuur
Hetzelfde
Goddelijkheid".
en
energie
Openb. 14
dat
dit
het
20 in
de bron
zij
altoos
niet
„
:
die
zijn
.
.
beide zijne eeuwige kracht
.
B-c'.irr,^
zit
zulk eene innerlijke
van haar eigen bestaan en
gelijk
Dat wil
niet zeggen,
;
de
als
laatste
der
tot zaliging
uitverkoren
is
Neen, het
van zondaren
toegebracht,
niet
meer
uit.
het Evangelie bezit zulk eene innerlijke kracht in zichzelf,
:
overwint
tegenstand
allen
het ooit te
weer opborrelen.
boodschap Gods
blijde
de zin
is
:
om
veeltijds schettert, dat het Evangelie altoos duurt.
duurt
dan gaat de
Maar
1
en
Een eeuwig
af.
is
In
Het
rijker.
6 heeft de engel „het eeuwig Evangelie".
:
men zoo
Evangelie
dat
uit zichzelf
altijd
Rom.
in
S-yuxui^
die
In
intensiteit,
een fontein
gelijk
worden door invloeden van buiten
de beteekenis
is
aanblijven.
zij
zulk eene intensieve kracht, dat niets in staat
Daardoor wordt dus de beteekenis veel
blusschen.
en
niet verstoord
van
is
zich hebben, dat
in
het intensiteitsbegrip, het begrip van innerlijke kracht.
zit hier
eeuwige kan
eene energie
zulk
licht
Met dien
gevolg, maar dan ook slechts gevolg hiervan, dat die
wel
is
genoemd wordt.
licht,
de hel aangeduid, maar de majesteit des Heeren.
niet
en
door niets
kan
worden
gestuit
in
zijn loop.
Hebr. 5
het
7
coll.
6,
:
koninkrijk
priesterschap
Mark. 3
„Christus
Priester in der eeuwigheid. Dat wil niet
is
oordeel, het
het
Deut. 33
:
Maar het vormt eene tegenstelling met het Daarom staat er ook niet x'/jj-m;^, masLt i''i:r:v xïwx.
geeft.
vam Aaron. 29, Hebr.
:
een
niet
omdat
:
God
aan
Christus' Priesterschap
is
24
:
„altoosdurend", want Christus' Priesterschap neemt een einde, als Hij
zeggen
27
absoluut.
is
6
:
dat
volkomen is
2 en elders altoos
is
blijft,
juiste k,c'/xx
sprake van een „eeuwig oordeel". Dat
maar
het brengt het absolute oordeel,
en dus niet voor casseering vatbaar
sprake van „eeuwige armen".
die in eeuwigheid blijven zullen,
maar
Dat
zijn
het zijn die nyhr,
wederom die
niet
ons
is.
armen,
dragen
en
de intensieve kracht Gods vertegenwoordigen, die door geen TiN kan verbroken
worden Gods overwinnelijkheid dus. Psalm 139 24: „Leid mij op den eeuwigen weg". Dat bedoelt niet een weg, waar geen einde aan komt, want dat zou het beeld van den wandelenden Jood geven, een vreeselijk denkbeeld. Neen, maar het wil zeggen Geef, dat ik overal, waar ik gaan moet, een weg vind, overal mijn weg effen, mijn pad gebaand zie. Deze uitdrukkingen zijn voldoende. Zij behooren zeer zeker niet alle bij de :
:
:
bespreking
van
de
virtus
aeternitatis
thuis,
maar toch vonden ze
hier eene
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's