Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 641
college-dictaat van een der studenten
Caput En zoo de
Ac75<,-
binden,
a-ofplx
nu
xLts'j,
tz-j
wiens
i.
omdat
(')ccv,
de
De
2.
praeëxistentie
ra
Hij
eeuwig God
die
dezelfde
oia-ix
93
etc.
blijft),
is
omdat
en Hij
ttx-jtx (pipa ?;a p/]/u,y.Toc Tr,c
dien van den niensch kan aannemen,
en
TX7re[v'j)>T'.^
ondergaande, zich daarin
yJv^icrii:
kan, zonder dat óf zijn subject verandert óf zijn
beperken
besluiten,
(d.
existentievorm
als
existentievorm
dien
in
de
is,
S:jvóipcefjic
en
de Cateciiismus zegt
§
Zoon van God,
wij het gebeuren, dat de
zien
geliji<
blijft,
De Mediatoris Persona.
III.
wezen verandering ondergaat, maar
zóó, dat zijn bewustzijn een dubbelen
vorm
erlangt.
genomen als de wil, die in de was tweeërlei één, dat Hij met den Vader, en één, dat Hij met de menschenwereld gemeen had. Dat bewustzijn, dat Hij met de menschenwereld gemeen heeft, is geheel geEr
maar één
is
daad
wil in den Heere Jezus (wil
gekomen
tot uiting
maar
is),
Zijn bewustzijn
:
bonden aan de beperktheid van den menschelijken existentievorm. Dat Goddelijke bewustzijn, waarin den H. G.
men
Vraagt
Hij
gemeenschap
met den Vader en
heeft
oneindig.
is
nu, hoe die beide bewustzijns in een subject wisselen kunnen,
zonder dat het een spelletje wordt, dan wijzen wij op het verschil van dag- en
Ook
nachtbewustzijn.
Vandaar dat de i/ioc
t:j
daar
wisseling en denkt toch niemand aan een spel.
is
Heere Jezus,
als Hij
Gewoonlijk zegt men, dat
bij
Christus de Goddelijke en menschelijke natuur
Deze spreekwijze kunnen
één persoon vereenigd waren.
in
van zich zelven spreekt, zich noemt
o.v^p'jiTTO'j.
wij in het
Wij nemen
van persoon spreken.
n.1.
persoon
men
weet en
je iets
een
geen
kwam
zegt: toen
—
persoon
d.
;
meer
niet.
w.
hij
z.
sterk ontwikkeld, d. w.
Nu te
het
ligt
spreken,
den eersten
In
de persoon van die en die; wat voor persoon
van dien persoon ? men bedoelt dan een mensch
hoofd
op de
dat
Hij
z.
In
den intensieven vorm,
heeft geen karakter
hij
;
of
:
niet
zin,
dat ?
twee handen
men
als
is
zegt
hij
is
diens persoonlijkheid
is
:
heeft veel karakter.
der Fichtiaansche philosophie,
lijn
wij
in tweeërlei zin, öf voor een on-
beteekenend mensch óf voor iemand van veel beteekenis. als
wij toelaten, mits
oog houden, dat persoon dan wat anders beteekent, dan wanneer
om
van Christus
uit
een bizondere persoon was en daardoor de menschelijke
idee van persoonlijkheid
op Christus over
brengen.
te
Wij komen hiertegen op.
Hoe sterker persoonlijkheid, hoe scherper men eerst week was en dan metaal wordt wrikbare
is
een persoon.
mijn persoonlijkheid.
karakter
De
Als
ik
in
niet
Men wordt
„persoon", als
de bloemzoete, maar de on-
van lak cachet word, dan ontwikkelt zich ook
niet-persoonlijke
draagt een cachet
belijnd. ;
zich en
is
waar
was de man van
gelijk lak, deeg, hij
komt, drukt
;
hij
dat cachet
in
het was van anderen af. Juist daarom is bij een „persoon" de beperktheid het sterkst, zijn de contours het meest bepaald. Hoe meer de menschelijke existentievorm in de sterk
geprononceerde persoonlijkheid ingaat, des III
te
meer
verliest
zij
de mogelijkheid 41
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's