Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 647
college-dictaat van een der studenten
Hoofdstuk Zoo nu
hier
is
Wij zien
worden
verzinken
lyriscli
klimmen
te
De Tweede Persoon.
B.
triumfgevoel van
in liet
het
tot
213
ideale triumfgevoel, dat
den Christus.
in
aanstonds duidelijk aan de laatste uitdrukking van dezen Psalm:
dit
„Welgelukzalig
allen
zijn
Hem
op
die
betrouwen"
dengene, op wien
vertrouwen
te
om
is,
God
zalig in
de dichter
hier spreekt
;
meer van zichzelven, maar van een ander, en dien andere
niet als
op
daaruit
eerst gerealiseerd zal
Personen enz.
drie
Psalm 2 een
in
om
tconing,
Israels
De
III.
stelt
te zijn, iets
voor
hij
wat David
nooit van zichzelven kon verklaren.
Gaan woorden
5:5;
na de verschillende plaatsen
wij
Psalm 2
in
wordt van
aarde
:
en
van
iemand
blijkt
tot
uw
zich
Hij
zij
Schrift;
7 zegt: „Ik
woorden
die
Psalm 2 een ander subiect
uit
vers 8: „Eisch van Mij, en
hebben
;
uwe
tot
bezitting".
de einden der
Israël
de uiterste grens van Israels gebied
is
nooit uitgestrekt.
Gad en Mesopotamie Ook de uitdrukking „Eisch :
eischen
te
echter
vrijwillig
grond zou alleen bestaan
vernederen zou die
boven
tot
een
ongerijmd geweest
zijn.
het
van het
instellen
besluit verhalen"; en
den
bij
den dood des kruises
allen
van
zou
zijn zou,
zal
een eisch kan alleen intreden daar
;
naam
eisch,
Voor een
is.
geheel
dat
de
wie kan dat doen, wie
Gods? Van den Messias genomen verstaan deze woorden de Constitutio Mediatoris, maar van David of Salomo gebezigd
besluit
zouden dan
die belofte niet zal Mij
eigen
de
de einden der aarde
bestaat, en die
zoo hjfperbolisch, dat zij
met
:
besluit verhalen", en dat dit subiect
overtuigend
naam zou verwerven
Israël
zich vanzelf uit zijn
David,
erfdeel, en
rijk
God
van
iets
omdat
het
van
:
woestijn, die tusschen den stam van
de
wereld zijne bezitting Vers
33; Hebr. 1 5; ook daar gesproken
eene uitdrukking die noch op David noch op Salomo past. Nooit
is
koning van
kent
dan zien
van het
zal
bezitting zou
deswege een
en
Acta 13
wij, dat
nl.
—
het 7e vers van
in
„Ik
waar grond voor dien eisch Messias,
niet
zelf,
verder heeft zich het
van Mij",
;
van geweest dat een koning van
sprake
zijne
tot
helft
heeft
spreekt
er
is
13
:
ook, dat
de zanger
zijn
Nooit
inlag,
we
de heidenen geven
Ik zal
de
zien
dat
kan
aangehaald,
zijn
en 19
Nieuwe Testament, waar de
het
geeft.
Bovendien optreedt,
7 en 9
:
27
:
den Christus,
Psalm 2 ons
niet
2
Apocal.
in
gezegd
in :
zij
strijden
tegenspraak
zouden met het verband der Heilige
zijn
met 2 Samuel
„Gij David, zult Mij een
zoon
7.
zijn",
Daar toch
maar
:
is
in
„Uw zoon
een huis bouwen".
Hier in Psalm 2 zou dus het 7c vers niet passen op de lippen van David, maar evenmin zou het door Salomo gezegd kunnen zijn, want niet hij, maar David verhaalde reeds het besluit Gods aangaande den tempelbouw.
Komen
wij
dus
van die
zijde
met den Psalm volstrekt
niet uit,
daar
blijkt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's