Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 615
college-dictaat van een der studenten
Caput
De Mediatoris Persona.
III.
§
Het
i.
61
Christocentrische.
mensch, het menschelijke en het aardsche, maar ook de engelen en het hemelsche
op Hem, van wien hier gehandeld wordt, wordt teruggebracht. Men wel op de onderstreepte woorden wie die persoon is (de Ethischen zeg-
centraal lette
;
gen Christus) zullen wij straks onderzoeken.
Ten
2*^^
Joh.
Kxi
^a-Tiv,
vooral
1
^'w/j
/)
ro
r,v
en
3
vs.
stuk hebben wij tweeërlei te onderscheiden
onze gedachten
xLtoj iyivero en
4, Travrct. Si
tCjv av^puiTTov.
tpiog
Ding an
ten eerste das
:
tusschen de
tweede das Ding
in
realiteit
het leven en ons bewustzijn van het leven
ideëele
wereld.
:
Zoo ook kan men vragen,
stirty
^'oj>7
sich en
tert
en onze voorstelling
van de
;
h
het Christocentrische vraag-
Bij
realiteit
de reëele en de
;
het leven Christocentrisch of
is
is
onze gedachte, onze voorstelling, afgescheiden van het reëele leven, Christocen-
Op
trisch?
plaatsen
het
laatste
zoowel
nu,
van het bestaan
ook van
(pC)^
in
komt het Coloss.
de voorstelling
in
19 als hier,
:
I
4^^^
rr,q Só^yjc,
8:6;
Cor.
I
1—14;
:
wv aTTxCyxo-jiix ten
dus
;
van ^w/7 (het reëele leven), maar Dus zeggen de Ethischen, wordt van de reëele, maar ook van degedach-
Wie
hier
onder Aóyog
te ver-
zullen wij straks onderzoeken.
ten 5^^ Hebr. sV
beide
sprake van kennisse
niet alleen
;
het Christocentrische hier niet alleen
is,
is
(het leven van het bewustzijn).
tenwereld, atqui ergo van de Theologie geleerd. staan
Op
natuurlijk aan bij de Theologie. 1
Sc
ou kxI sToiYia-sv rohg cKithuxc,
d.
i.
kxI
d.
i.
de reëele wereld;
denkwereld. 'K.ópioq
sïq
XpttTToq, SI ou TTXVTX
'Vria-süq
y.xl
YjfXiTq
SI xLtoïi.
ten ixu
5'^^
Matth.
uoq
h
l^z-jXriTxi
11
:
27
;
nq
olSl rov Trxrépx
Dit
ó.Toy.xXC'^x!
iTrcyiw^arKei,
/ur,
's
oioc kxI
w
met betrekking op de
vooral
laatste
d
Theologie.
Antwoord. Indien
van
waar was, dat wat
het
den Christus
in
zijne qualiteit
roep op deze plaatsen afdoende
Nu
gezegd
is
van den Messias,
d.
i.
van den Messias, dan zou metterdaad be-
zijn.
daarentegen de Messias, de Christus, eer Hij vleesch wierd, bestond
als
de Drieëenheid en ook gedurende zijne vleeschwording
als
tweede persoon
in
tweede persoon qualiteit
soon
hier staat,
te
doen
is ;
blijven
bestaan,
heb
die van Messias en die
ik in
den Messias met een dubbele
van Zone Gods, den tweeden per-
de Drieëenheid.
in
Over de verhouding en werking van deze beide spreken wij later bij de leer der communicatio idiomatum. Maar wel moet reeds nu opgemerkt, dat niet alles wat geldt van den tweeden persoon, geldt van den Messias.
En wanneer
ik
dus lees
in
de H.
Schrift, dat
gepraediceerd wordt van den Christus, dan moet ik wel onderzoeken, of van den Messias of van den tweeden persoon der Drieëenheid gezegd wordt. staat duidelijk aangegeven, dat hier sprake is van den tweeden 1 Hebr. 1
iets
dit
:
persoon
;
van dien
God olsq
heeft in den laatsten tijd tot ons gesproken door zijnen Zoon,
wordt gepraediceerd, dat
Hij v/ siS hei x7rx6'yx(T/xxT7,qSó^r}qTs~j(disü:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's