Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 783
college-dictaat van een der studenten
Hoofddeel
§
V.
De Natura Decreti
4.
mensch toesprekende voorop gesteld hebben, tweede plaats zou gekomen zijn
afstoot in de
zouden
zelfs
nu
juist
uit,
dat
eerst vers 23 en
dan vers 22
nog weggelaten hebben, en dat
laatste liever
Daarom om God gaat.
den mensch
terwijl het harde, dat ;
het
Het gaat geheel tegen den wrong van ons
alles
en
de
tegen
van
schreef
en scherp
kras
ons
hart
in,
God
en toch gaf
de
aan
barmhartigheid
wordt
Wanneer
de
het ons
omdat elke andere beschouwing
te verstaan,
nog weer de zijdeur openlaat om het doel van Gods werkzaamheid in
is
spreekt deze plaats zoo geweldig duidelijk
hard,
snijden
laatste
vooropgesteld.
zieleleven
zóó
dat
wij
93
uitverkorenen
geschied,
om
en
te
altijd
zoeken
dat nu af te
datgene, wat ons zoo afstoot, op den voorgrond gesteld.
hier
dan ook den afloop van de dingen der wereld ons apocalyptisch
wij
4 : 11 ; 5 : 12, 13 ; 14 : 7 en 19 : 1 dan zullen wij ook daar de verheerlijking van God telkens weer als het eenige
zien voorgesteld in Openb.
hoe
zien,
doel op den voorgrond treedt.
Openb. 4
In
:
11 zien wij al
wat
God
en
neerwerpen
kronen
ontvangen
de
voor
heerlijkheid"
enz.,
en gezaligd
leeft
uitroepen:
worden
en
aanbidden en hunne
is
Heere
„Gij
genoopt
wij
waardig
te
te letten
op
zijt
om
3 elementen
is
Heeft
om
de kroon
Openb. 3
(cf.
einddoel
voor
waarnaar
doel,
streeft? Ja, gewis, zijn doel
hij
wordt ook door Paulus en den Heere Jezus 11) duidelijk op den voorgrond gesteld; maar toch is dit het dit
Als die kroon verworven
dan moet
is,
zij
neergeworpen worden
de bloemen voor de voeten der bruid.
gelijk
Zien
20
een
verwerven,
te
:
niet.
God
mensch
de
1.
uitgesproken
dat
wij,
wordt
„Wij
:
zijn niet
waardig eene kroon
dragen. Gij alleen kunt de macht, eer en heerlijkheid ontvangen, en
te
3
de
waarom
reden,
kroon
die
moet neergeworpen
is,
dat het schepsel
dat geen grond in zichzelven heeft, ook geen einde in zichzelven kan hebben.
„Want
hebt
Gij
Openb, 5
In
en
engelen
kracht"
de
en
eindafloop
nu
die
zij i.
is
hun
dragen,
alle
anderen
:
Uwen
door
en
wil zijn
zij
en
zijn
12 en 13 roept eene stem van vele duizenden, uitverkorenen
saam:
enz.
wordt afgerukt.
d.
geschapen
dingen
alle
geschapen".
zij
„het
der Al
Lam, dat geslacht
moet ook wel weer
Hierbij
dingen de
al
waardig
te
ontvangen de
oog gehouden worden, dat de goddeloozen hun valsche kroon het
verschijnen
als
koningen en
priesters,
op hunne verkiezing, dat zij die kroon neerwerpen voor hunnen God, terwijl dan alle schepselen,
laatste daad, het zegel
schepselen, zooals
vorm bestaan
als representant
dat aan
is,
uitverkorenen
is
is,
in
der
zij
zullen,
aricri^,
als
na de parousie
in
het
rijk
der heerlijkheid in
met dien jubel instemmen, en dus de mensch haar orgaan,
Gode
lof toezingt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's