Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 430
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Magistratu.
402
men nu
Heeft
kend ? Neen. kerk
aan
ooit
doen hebben.
te
de Kerk recht
Is
weer
doch
doen,
de kerkelijke zaken toege-
in
niets voort, w^at
de Overheden voor de
de Kerk verdrukt, dan moet de Overheid tegenover
moet
dit
dan onrecht, dan
de Overheid
inmenging
rechters
Hieruit vloeit dus
zal
zij
En doet
tegenover ieder mensch.
God daarover moeten
het oordeel van
zij
dragen.
Er w^ordt
30.
worden
rechters
vorsten zult
rechters
hier
juist
wordt
44
Jes.
VS.
Cores
Men
enz.
van Overheden gesproken,
met de vorsten vergeleken
„en als een van de
:
:
Hij
:
is
mijn herder en
redeneert
hij
beroep
het
bij
hier
een
Dei
over
de volkeren en dus hebben ze
genoemd, dus
herder
welgevallen vol-
zal al mijn
op deze plaats dan
wordt
pastores
u^ant de
28.
Die van Cores zegt
brengen
niet
„gij zult zoo hoog staan en machtig zijn, maar gewezen op de ongelukkige eigenschap van vorsten, dat ze dat ze gestraft worden en zwak zijn.
juist
sterven, vallen, d.
en
vallen." vs. 7.
gij
Er wordt niet gezegd
40.
er
van
alle
Overheden als pastores
als volgt
zijn
herders,
Dei ook voor
die volkeren te zorgen.
Waar
nu één
hier
is
om
vinden
letter te
iets af te leiden
voor de verhouding
van Overheid en Kerk ? Er
Zijn
is
welk volk
Israël,
van
sprake
hier
is
verkoren
Woords
des
dat
uit
te
hij,
hoewel Heidensch
vorst,
voeren met betrekking
vorst over zijn volk.
in
genomen.
Zeer zeker
de kerk, van een vader
Natuurlijk
is
is
mag
in
zijn
dan ieder herder op
zich niet bemoeien
huisgezin en van een zijn
met den kring van den ander.
nu een herder der vorsten genoemd en Christus e.
1
is
en
eigen terrein.
koningen
vs.
de Heere
moet vooral
hierin liggen.
David zegt
hier tot Saul,
Als David Saul zijn vader noemt, zoo redeneert men, zijn alle
vaders
en gelijk een vader zich ook met de
moet bezig houden, zoo ook moet de koning voor de Dergelijke
dit
12.
afleiden wil,
„mijn vader".
De De
Cores wordt hier
omdat
niet der schapen,
maken.
te
blijft.
Sam. 24
Wat men
van
de herder het beeld van den
koeherder en schaapherder hebben met elkanders terrein niets een
God
door
tot het volk
naar het Heilige land zal laten trekken. Daarvoor nu wordt
hij
het beeld van een herder
dienaar
Cores,
welbehagen
redeneering,
de eene
die
men
niet
schrijft
tituli
eminentes spreken.
van
van
zijn
zijn
kinderen
volk zorgen.
eens van een gymnasiast verwachten
Dogmaticus van den ander
zou,
ziel
ziel
terwijl ze altijd
na,
Meer dan de Overheden worden evenwel de wijzen
in
over
de Schrift „vaders"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's