Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 83
college-dictaat van een der studenten
§
2.
De
gratia communi.
aarde zich tot een klein deel der aarde betreklcen
moeten gekomen
zooverre
In
zijn.
55
liet,
blijkt
mag men dan ook
dat ze van elders
nooit zeggen, dat de
geologische en fossiele onderzoekingen de waarheid der Schrift op lossen voet zetten
neen, ze zijn een sterke bevestiging van de echtheid der Schrift.
;
beantwoordt de
Vervolgens
kennen
leeren
heeft
en
Anders toch
was
verstoord
zou
harmonisch
Een
bij
nader onderzoek
zuiver en afgerond iets vertoonen,
zoo zou
is
bij
aan de idee van oorspronkelijke Schep-
en gelijk nu nog wat de natuur
;
geacheveerd en keurig
evenwel
niet
een
ze
men haar
gelijk
de toestand der aarde zich op grond van de
onderzoekingen vertoont,
fossiele
ping.
wereld,
gelijk
alles
in
wat
niet
de plantenwereld voortbrengt,
het goddelijk cachet dragen.
bestaan en dat goddelijk cachet draagt de aarde
innerlijk
nader onderzoek
niet,
zoodat
men
reeds buiten de Schrift
om
kan
zeggen, dat de aarde zóó niet uit de handen van den Schepper is voortgekomen. Omtrent de laatste commotie bij de parousie des Heeren wordt ons tamelijk cf. 2 Petri 3 20, 12, 13. Hier wordt gezegd, veel in de Schrift meegedeeld, :
dat de solutie van de wereld platonisch zal
was neptunisch
viel
Schrift in
't
De
het
was
bij
Wat
bij
den Zondvloed voor-
het brengen van den vloek, laat de
midden.
(De geologen gaan
hoe
;
zijn.
van opinie, dat de aarde over korten of langen
zijn
ver-
tijd
twee richtingen, de Plutonische en de Neptunische. meent, dat de groote commotie door het element van water tot
Onder hen
zal.
laatste
zijn
de andere door vuur.j is gekomen en wederom tot stand zal komen Gaan we de enkele gegevens der geologen na, dan leeren ze, dat de korst
stand
;
der aarde bezit alle
vergelijking
in
den
tot
omvang van ons menschelijk lichaam en
en oceanische bekkens,
dalen
vlakten,
in
haren bol nog niet de dikte heeft, die onze huid
op den aardbol, zich vertoonend
verheffingen
kingen der
in vergelijking tot
in
in
bergen en
verhouding
al
tot
aarde nog op verre na niet de afmeting hebben, die het zweet
op
spiratie
't
menschelijk
aangezicht heeft; m.
de onmetelijke krachten, die zich
in
a.
der
vulcanische
aarde
gebeurtenissen
gedurig
aardkorst
niet
doen
in
de
den boezem der aarde verbergen,
aanzien komt. krachten
veranderen.
't
bij
Cf.
in
de
geheel trans-
met wat
w., dat. in vergelijking
zich op de aardkorst vertoont, zoo onnoemelijk klein
afmetingen
is,
dat het
bij
dat
de inzin-
al
de groote
Nog toonen de tegenwoordige
het
binnenste
der aarde, die de
plotselinge wegzinking van het
eiland Krakatau.
Lezen
we nu
geopend en dan
is
er
alle
bij
de beschrijving van den zondvloed, dat de sluizen des hemels
fonteinen des grooien afgronds opengebroken zijn (Gen. 7
:
11),
geen sprake van een sterken regen, noch ook van een zeker zwellen
van meren en zeeën
;
want wanneer het gansche
aardrijk
met water was over-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's