Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 191
college-dictaat van een der studenten
§
De nominibus
6.
173
Def.
unio
mystica éene plante met Christus geworden was en zich door den Hei-
ligen
Geest persoonlijk heeft mogen toeëigenen wat
iemand
is
Christus
in
was
en nooit
;
kennisse van dien Christus, en daardoor tot kennisse des Vaders,
tot
gekomen, dan door de Heilige Schrift. Met den Kiyoc ha-xp-Ksc dus zoowel met den Acys^ ïyypxfoc moet de zondaar in verbinding worden gebracht,
om
komen,
er toe
hij
Naams
Naam Gode
dien grooten en heerlijken
in
de eere
als zal
zijns
toe te brengen.
Hiermede
de
is
kwestie
van
Naam
den
en dogmatisch genoeg toegelicht.
het algemeen beide exegetisch
in
Zien wij nu
in
de volgende observatie, van
welke afzonderlijke namen de Schrift ons melding maakt.
De
II.
a
o n d e
z
f
r
1
ij
k e
namen, waarmede God
in
de Heilige Schrift
wordt genoemd.
DeWezensnamen.
A. 1.
TTVlilfMK.
a.
Joh. 4
24
:
SsL
TTpca-Kvusr^
waarin wij
Tcviuyix ó
:
Dit
B-eó>;,
y.xt
h
rslc TTpsc-Kuvoi/urxc
de bekende uitspraak van Jezus
is
aAyj3-c«y.
de Samaritaansche Het wezen Gods
doen hebben met eene wezensuitdrukking.
te
tcviü^xtl kxc
tot
is
TTUcÜpCX.
In gelijken zin lezen wij
2 Cor. 3
:
Hebr. 12
:
TTÓ/iceB-x'
i
7rxrr,p
aarde,
Als
dat
^è KÓpcog rh
7ri/Vj(X(x
h
(jixXkov ii7roTy.yr,TÓfj,t3-x
zlpxvolq kxi
tw
7rvvj^krtx>v
en
generatie,
ZTrl
is
nu
die
rw
y.kfjCTrT'ji
•^xripxg
Trxrpl
is
ïïy!^c/x£.v7rxcSti/T7.CKX'.
rw
Trvvj^krwj kxI
rk yóuxTv.
yr,q cya^a^'cra;.
fjLSv
Trphc Tou TTxripx^
Hier WOrdt wel het
hetzelfde als ï^ OU Traa-x TTXTpix.
daarvan
wordt gezegd,
vier uitspraken
zij
uit
niet
Hem
De
alleen als
tvirpi-
'il^r^crofj.vj
WOOrd
deze plaats parallel met Hebr. 12
maar ook quod ad angelos, dat wij
ïtTTiv.
rol/g /xh^ Tr,c<rxpKsgri/xCjv
genoemd, maar niettemin
telijke
in
ó
14 en 15: tzótcd yjxpiv
:
TTxrrx Trx.rpix
niet
:
9: drx
TTc?!/
01/
Efez. 3
17
in
den
Trxrpix
:
is
;
'z^
ob
TTVilipLX
9,
want
de gees-
met het oog op de 7rxTr,p
is.
zoo naast elkander leggen, dan vinden wij
de twee eerste uitgedrukt het pneumatisch karakter van het wezen Gods, AW, Hij
Tcvvjyix
is;
en
in
de twee
laatste, dat
Hij
niet
maar
is
ttviüixx,
maar
dat Hij is de Urgeist, de Oorgeest.
[Men wachte
zich, dit „Oor" op den preekstoel te gebruiken, want behalve „oorsprong" en „oorzaak" is het dood. In dit opzicht is de Duitsche taai gelukkiger, die heeft nog „Ur". De gelijkheid in klank met ons „oor" (-auris) is ten onzent oorzaak van deze verarming.] in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's