Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 929
college-dictaat van een der studenten
!
Caput V. De Mediatoris En nu wordt
Officus. §
De plaatsbekleeding v.
7.
den Aaronitischen priesters eiken dag
gedaan had Cap.
In
VIII
Hem
merk van den
'^KxB-ia-cu
'iq
icpzCc
genoemd, dat
staan
lijn
de apostel dan met dezelfde conclussie
maar
durend
niet
noodig was
eenmaal
Hij dat
voor
God
volkomen geheiligden
zoodat
stelt,
hij
zijn
dat wij
Cap. 7
:
25
'iSrvj
re Kxi ^ucrixcj ó.vxyKxCov tic.
een zekerheid biedt voor Gods
God
zijn beloften
nog zondaren
ons, die
hij
is,
3 wordt weer als ken-
vs.
rrpoa-fpipziv SCjpx
ons, dat
bij
God
welnu
de rh
sluit als
dat
uitsluitend daarin gelegen, dat
heilig
;
Kc^aAz^si/
tsü Qcsü enz. Uit het vooraf-
ïy Sei^ix
hij 'KxB-la-TXTxt
De taak van den lyyi^oc is dus niet, Woord aan den mensch, of borg staat
—
te offeren, dewijl
wordt dan de vergelijking doorgetrokken.
gaande bleek, dat apeCg en eyyosc op één
zal
13
1
iy-urov Trpoa-ivi'yKy.c.
zulk een Hoogepriester hebben
terwijl
Middelaar.
vers 27 (slot) uitdrukkelijk verklaard, dat dit eyyuog zijn van
in
een beter verbond dan het O. Test., hierin bestond, dat het gelijk
d.
nakomen voort-
zijn,
uitverkorenen aanziende, niets dan
ziet.
En nu het denkbeeld van borg zelf Onze theologen ontleenden het begrip aan 't Romeinsche recht, waar de formule was „ad me recipio faciet aut faciam." nu komt de borgstelling in 't Romeinsche recht voor onder den algemeenen titel van „intercessio." Daar wordt onderin de Theologie niet. scheid gemaakt tnsschen intercessio en satisfactio Er is in 't Romeinsche recht tweeërlei borgtocht nl. expromissio en de fideOver deze twee termen is in de dagen van Voetius en Coccejus door jussio. :
—
;
—
druk
beiden
gedisputeerd en
't
van expromissio
Begrip
schuldeischer, alleen
C
van
C
eischen kan.
houdt
Is
A
in,
dat
Bij
B
Nu
A
de schuldenaar en
is
B
niets
bijv.
ƒ
1000 schuldig aan B, en intercedeert C,
meer met B
te
maken
heeft en
zijn actie
houden
blijft
in,
dat als
A
/"
1000 schuldig
is
aan
in
;
bij
gebreke
B
uit-
de fidejussio treedt daarentegen de borg pas
blijft.
men nog een aparten vorm van de fidejussio nl. de fidejussio in Gij zijt ƒ 1000 schuldig, maar de eischer vertrouwt u niet, mij wel.
heeft
solidum.
Hij vraagt mij
man
nu
gelijke
:
wilt gij fidejussor
actie
tegen u en mij
worden ;
niet
in
pas
solidum.
Zeg
als gij in
gebreke
terstond; van het eerste oogenblik af zijn wij solidair. fidejussio daarentegen
is
ik ja,
dan heeft
blijft,
maar
— De gewone vorm van
deze, dat de fidejussor pas dan intreedt, als de schuld-
eischer den oorspronkelijken schuldenaar tevergeefs aansprak. 111
B
tegen A, maar ook een actie heeft tegen C.
de exprommissio heeft de oorspronkelijke schuldenaar dus niets meer de schuldenaar
de
A
actie tegen C, niet tegen A.
staande met den schuldeischer in als
als
dan
Begrip van fidejussio daarentegen houdt
en C. intercedeert,
de
is.
intercedeert, dat
dan heeft B alleen een 't
den grond hangt hieraan de quaestie of men
in
Gereformeerd of Arminiaansch
59
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's