Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 105
college-dictaat van een der studenten
§
De exsistentia
3.
zoogenaamde ontologische bewijs Dei insita de
Dei ons
oLcrlx
niets vordert. Zeker,
afficeert, eer wij
wat
Maar dan bewijst
het
bodig. Nooit
deze redeneering en
uit
is
niets,
aan onze idea Dei eene
oba-lx
van de cognitio Dei
insita
dan kunnen wij van
uit dit
i'Séx
en
wanneer door de cognitio
denken, dan ja loopt het bewijs goed.
wij niet reeds hadden, en
het dus over-
is
ontologische bewijs af te leiden, dat
dit
toü B-ec5 beantwoordt
maar omgekeerd,
;
weten, dat er eene cia-U rcü
S-zs'j
als wij
aan beantwoordt,
uitgangspunt ook voor de overige ideeën, bij einaannemen tusschen (pxrjófievx en voó/aevx, tusschen Nooit kunnen wij uit onze eindige rede concludeeren tot God, maar
een
dingen,
dige
87
Dei.
o-la-ix.
wel kunnen wij
rapport
God
de afficeering van
uit
in
ons binnenste concludeeren
tot
een rapport voor de eindige dingen.
Denkt men nu deze kwestie helder denken zulk een Urgrund noodig
En
dan bespeurt men, dat ook voor ons
dat zoo, dan kunnen wij wel ons denken uit God,
is
ons
in,
Welnu, die kan nooit anders dan God zijn.
is.
denken
Laat
halen.
ons
nooit
gepoogd
heeft.
creatuur
den Creator willen produceeren ?
Het denken
een creatuurlijk
is
maar nooit God
iets
hoe zou men dan
:
omgekeerd
Juist
uit
Dei
lijke
het apprehendere
insita,
en van hier
uitgangspnnt,
rapport tusschen de
C.
ola-ix
Het physico-teleologische
1.
;
corde
in
is
ook eene conclusie
te trekken
De
moge-
hier het eenig
voor het
der eindige dingen en hunne ideae in ons.
Het woord „teleologisch"
oogmerk
uit is
Deum
een
de eenige weg,
is
dien wij kunnen volgen, van uit den Creator af te dalen tot het creatuur. cognitio
uit
dat het ontologisch bewijs dit
vergeten,
bewijs.
van riXoc
afgeleid
is
=
einde, einddoel, doeleinde,
vandaar ook de philosophische term „entelecheem".
Dit bewijs
ongemeen
is
veel belangrijker
dan óf het kosmologische
Het brengt ons op een heel ander
ontologische bewijs.
óf het
Het kosmolo-
terrein.
gische en ontologische bewijs zijn eigenlijk in den grond der zaak éen; beide
redeneeren
causa
van
hebben,
eene causa hebben teitsbewijzen,
wereld
in
de wet der
uit
causaliteit.
en die causa zal
het
;
in
God
Er
is
en die causa zal wezen de
eene gericht
op de
een kosmos
liggen. Er
wereld
is
o'^crix
die
;
een idea Dei rou
moet eene ;
die
buiten mij, het andere op de
mij.
Heel anders
is
het
met het physico-teleologische bewijs, dat
men
lijnrecht
de beide eerste overstaat.
Gelijk
neert
de causa, den wortel, den oorsprong, maar
dit
moet
Beide causali-
3-c3i>.
bewijs
niet
uit
reeds
uit
het
woord
zelf
tegen
bemerkt, redeuit het
einddoel der dingen en plaatst zich dus aan het einde van den weg.
Wat
is
nu de kracht en de bedoeling van
De gang der redeneering
is
aldus.
Ik
dit
bewijs ?
neem waar,
dat in de schepping de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's