Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 57
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
De Poeder e Gr at ia e.
§3.
het decreet en de daaruit voortvloeiende schepping stelt
Krachtens
God den mensch maar twee
in
voorzooverre tot
buiten zich.
strekt
om
den mensch
en de mensch twee
niet
van
Wezen
de gemeenschap van het eeuwige
zijn,
Deze betrekking of verhouding,
een bepaalde betrekking. zij
God
Zóó, dat
God te
verwijderen, maar
draagt deswege
te leiden,
den vorm van een verbond. Met den mensch buiten zonde een verbond der werken. Met den mensch in zonde een verbond der genade. Dit
verbond van God
den mensch buiten en
in
in
zonde
is
slechts voor
een deel met verbondssluiting onder menschen vergelijkbaar. Bij Gode archetypisch ectypisch bij den mensch. Dit verschil vloeit voort uit ;
de
altoos
eisch,
goddelijk
een
van gelijkheid,
ontstentenis
hier niet bestaat.
aan
en
geheel te
verwerpen
en
der
testament-maker
de
testament,
bij
door het testament,
verbond
beschikt
ken
die
in
zooverre
vrijmachtig
of in zijn geheel
dus
zijn
na
te leven.
den grond één
in
bij
schrijving in
onherroepelijk
en
erfgenamen geen andere keus
zijn
genade
verbond-sluitende menschen
Vandaar de nadere bepaling van het
laat
dan
om
het
Het verbond der wer:
als
beide voor den
mensch een weg ontsluitend, waarlangs hij uit zijne geïsoleerdheid tot gemeenschap met het eeuwige Wezen kan geraken slechts hierin verschillende, dat het verbond der werken den mensch vindt zonder ;
vijandschap
tegen
actu geworden,
God
en met ingeschapen potentien, die geleidelijk
hem naar God
bond met den mensch worden kan, maar wel steeds verder van
God
in
toevoeren, terwijl omgekeerd het ver-
zonde
in
hem
afleidt.
niets in stuit
hem
vindt, waaruit actu iets
op eene drijvende kracht, die hem dit alles afdoende verschil werkt
Naar
mensch door middel van wat in hem en opereert daarentegen het genadeverbond geheel en volstrekt het
werkverbond
uit
den
God, zonder den mensch, en dus te zijnen behoeve. Overmits Gods verbond met den mensch rekent, niet zelven droomt, maar gelijk God, die
hem poneerde,
gelijk
weet, dat
is; uit
deze zichhij
bestaat,
met het individu, maar met de is één hoofd. Dit organisme onder menschheid als organisme en alzoo In het verbond met is echter niet beide malen van gelijken omvang. het
beide
malen een verbond
niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's