Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 591
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
:
Caput
Uo-üv^iTx
dan
Baptismi. §
De significatione symb.
18.
waren reinigingen voor een bepaalde zonde. Als nu bij den doop de zonde als (geïsoleerd).
Israël
in
De Sacramento
II.
zou
De zonden waren
worden herhaald. Maar de zonde komt voor als staande
voorkwam,
c/.ü-{,v^tTov
symbolische beteekenis van den doop uitgeput
de
baptismi. 117
en de doop
zijn,
telkens moeten
van
zondige
een
in drieërlei
betrekking,
nl.
als vrucht
eener verdorven natuur, en als schuld
als uiting
existentie,
constitueerend.
weggenomen, maar een kanker
Niet een enkele vlek moet
kanker ben verhouding
;
zelf
ik
God.
tot
zonde
dus afwassching van
Zal
dien kanker heb
;
en door dien met het gansche menschelijk geslacht niet alleen verdorven, maar ben ik vervalscht in mijn
gemeenschappelijk
ik
hebben, dan moet mijn existentie
plaats
worden vernieuwd, de band gelegd met een reine menschelijke natuur, en de schuld voor God worden geboet. Daarom kan er van de herhaling van Dit alles symboliseert het doopwater. den doop geen sprake zijn, of men moest na de verlossing weer gerukt kunnen worden
de hand des Vaders.
uit
De zondige
A.
Joh. 8
:
Na den
44).
val
nakomelingen geworden hebben, wijl ze
uit
ïyj.^vdv^
yvjvYifzxnx.
Reeds
existentie heeft tot tegenpool de „Wedergeboorte."
Johannes de Dooper wees daarop
Matth. 3
in
7: „y£yy/7;wxra
i)^i?yf:jy",
(vergelijk
van Adam, den zoon van God (Luk. 3 38)
zijn zijn
:
Abraham geboren de
De Joden meenden
^Lxf^bXou.
yvjv'r^^y.Ta.
dat
:
zijn,
verandering
maar
te
nu zegt Johannes, dat ze zijn
van
alleen
een prae
God
is,
die uit steenen
„uit
water en geest."
Abraham's kinderen verwekken kan. Joh. 3
Naar den doop wordt verwezen
5.
:
Titus 3
En
5 evenzoo.
:
36
als
sacrament;
25 wordt het begieten met rein water
:
rapport gebracht met de wedergeboorte, het geven van een nieuw hart.
in
De doop kan symbool symbool van leven.
der wedergeboorte
Jes.
55
:
1
;
Joh. 4
:
water voorkomt
wijl
zijn,
als het
14; terwijl de regen wordt beschreven
gevende het leven aan den dooden akker.
als
B. (1
in Ez.
Nu moet men ook van den verdorven
Joh. 3
:
wijl
9),
de zonde
Als
individu
moet
ik
niet
genoeg,
want
dan was
met
een
een
in mij
levenswortel worden afgescheiden.
<pCa-cq
een werking
is,
ik
een atoom.
Daarom moet
dit is
er aansluiting zijn
(andere) reine menschelijke natuur, die niet mechanisch, maar orgazijn.
Welnu, ook die
inlijving in het
van Christus wordt door den doop symbolisch voorgesteld. 1
den wortel.
Maar
dus van de zondige natuur afgescheiden.
nisch met de oude moet verbonden
Cor. 12
Joh. 3
uit
:
5,
13
:
1
„dt;
ïv crd/xtx
Cor. 10
:
1—6,
Zoo
b.v.
^^xTricrB-Yjiuev." Ef.
2
:
19, Ef.
4
:
5,
1
Petr. 3
:
21.
Lichaam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's