Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 522

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 522

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Altera).

Maar klaring

vinden wij omtrent dien Engel

tevens

„Want Mijn Naam

:

van Hem", en daaruit

het binnenste

in

is

vers 21 de gewichtige ver-

in

ons aanstonds dat hier van geen gewonen engel sprake kan

Wanneer een

hij

spreken, maar

te

wordt afgezonden door zijnen koning, dan heeft

er toch een gezant

legitimatiebrief

bij

eene volmacht

een

gewoon mensch

den koning die hem uitzond

;

worden

wezen

het

naam van in hem

zijnen vorst niets

is

van

doen met een Goddelij-

te

Naam Gods in

binnenste

zijn

is.

dat te verstaan ?

Naar onze begrippen slechts

in

binnen

;

hebben we dus

hier

ken Persoon, van wien verklaard wordt dat de

Hoe hebben we

om

zich,

zelf is hij

blijkt

zijn.

die uitdrukking eenvoudig onverklaarbaar, en kan

is

men

verstaan, als

aanduidt

in

zijne

er

op

let

openbaring

wezen dat noembaar

het

;

naam

dat in de Heilige Schrift de is

gewor-

den omdat het zich openbaarde, heeft een naam, en die naam drukt het wezen

volkomen lijk

Zoo moet

uit.

wezen openbaart

het hier verstaan van dien Engel

zich het

Gods

;

in Zijn

inner-

wezen Gods.

komen hierbij vanzelf tot Ex. 32 34, waar wij de worsteling hebben tusschen Mozes en den Heere, over de wijze waarop voortaan de Openbaring Wij

:

zal geschieden.

Daar zegt God welke

meenschap

Nu

Mozes

tot

woorden

Hij te

:

geeft, dat Hij

zagen wij reeds terloops dat

Mijn aangezicht moeten medegaan

antwoordt trekken"*

zal.

God in Ex. 33 14 tot Mozes spreekt „Zou om u gerust te stellen", en dat Mozes daarop :

:

uw aangezicht niet medegaat, doe ons van we die worsteling ons voorgesteld, daar

„Indien

:

aangezicht gaan", met

voortaan Zijne onmiddelijke ge-

terughouden en middellijk werken

zal

uw

„Mijn Engel zal voor

kennen

hier niet

Daar zien

Mozes geen genoegen neemt met de

middellijke Openbaring

lezen

maar

op-

we hoe

bidt of die

onmiddellijke Openbaring niet kan blijven voortbestaan. Die bede kon niet wor-

den ingewilligd, van dien

tijd

blik

op wat

in

Israël

de Openbaring middellijk gebleven.

af is

Vergelijken wij hiermede Jes.

63

geschiedde

:

:

P, 10,

„In al

dan lezen wij daar, met een terug-

hunne benauwdheid was

en de Engel Zijns aangezichts heeft hen behouden

.

.

.

maar

zij

Hij

benauwd,

hebben Zijnen

Heiligen Geest smarten aangedaan". Hier zien wij dus nevens den engel des Heeren ook nog den Heiligen Geest optreden, en wel wordt hier van den Heiligen Geest zóo gesproken dat Israël

Hem

smarten heeft aangedaan, en daarom de Heere hun verkeerd

Vragen wij nu het

optreden

:

van

Waar

is

is in

een vijand.

dat geschiedkundig proces van Israels volksleven

den Heiligen Geest

Openbaring des Heiligen persoonlijke,

in

te

Geestes greep

onmiddellijke Openbaring van

zoeken ? dan juist

God

plaats

is

bij

ons antwoord

:

Die

die rechtstreeksche,

aan heel Zijn volk.

Waar de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 522

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's