Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 961
college-dictaat van een der studenten
Caput
De Mediatoris
V.
Officus. §8.
De
145
intercessione sacerdotaii.
tusschen potentia en actu aan te vullen, moet niet nog apart geschapen Worden,
maar
wat de forma
is
Zoo nu
en grond.
lucht
in
gezaaide zaadkorrels
nog eens
ook met Gods kinderen op aarde
het
;
ze zijn er potentia,
dien afstand aanvult,
op tweeërlei wijze
er
materie betreft is
Wat
zijn zullen. is
is
gepote stekjes
;
maar actu
Er bestaat een groote afstand tusschen wat ze de facto
niet.
er en
de kiem gegeven en wat de materie betreft
betreft in
in
zij
men waar :
het dan
is
niet apart
ze er
en wat ze
geschapen, maar
is
hun ingeplante leven en wat de
— dan luidt het antwoord
eens actu geworden zullen
genomen hebben.
moet
potentieel in het
zijn
Datgene wat aan Gods kinderen op aarde ontbreekt,
Christus.
er toch, en vraagt
en wanneer
:
ze zijn
;
zijn
zijn,
zullen
zij
„Uit het mijne zal de Heilige Geest het
nemen en
in Christus,
:
eens alles
uit
Christus
het u verkon-
digen" geldt niet alleen van het bewustzijn maar ook van het leven. „Zoek de
dingen die boven, niet die op de aarde
borgen
God",
in
Wanneer vinden
ik
—
is
is
den hemel gezet
Op
Vaders op ? wandelt
in
maar de
persoon te ;
eigenlijke persoon
van Gods kind
is
is in
dat wezen, dat daar in zonde leeft op aarde of op zijn eigen
Christus?
mystica
unio
zijn eigenlijke
op aarde rondloopt dat
waarom de Heilige Schrift ook leert, dat wij met Christus in Waar rust dus de gemeenschap des Heeren, de genade des
God
ziet niet
verschijnen tenzij in
in
op
zijn kind,
Christus
ligt.
zooals het daar rond-
Wanneer
verschijnt het
aangezicht ? Dan, als Christus voor den Vader verschijnt
en alle verlosten en heel zijn kerk
onze
met Christus ver-
zijn.
God voor Gods
kind van
;
de wereld, maar zooals het
in
God
het niet in dien inensch, die daar
een onappetytelijke verschijning Christus verborgen,
is
Het beeld van de ranken en den wijnstok.
cf.
dus vraag, waar voor het kind van
dan
wezenhjk kind
want uw leven
zijn,
cum
Hem
in
Hem. Zoo kunnen
wij dus, juist krachtens
Christo en onze inplantingen in als
ons hoofd.
Hem
niet
Dat drukte God symbolisch
voor uit in
God den
stammen van Israël, gedragen op de borst van den Hoogepriester. Waar was Israël waar waren de 12 stammen ? Daar in de woestijn, gelijk ze er klaagden en morden ? Neen, maar zooals God ze zich voorstelde gedragen als keurgesteenten op het hart van den Priester. Zoo droeg de Hoogepriester het ware Israël en verscheen met dat Israël voor Gods aangezicht. Dit nu is symbolisch onderwijs, maar toont, hoe onze Hoogepriester Jezus Christus al zijn volk in zijn stammen en geslachten, niet denkbeeldig maar efod met zijn 12 steenen, voorstellende de 12
;
op
reëel
eerste
zijn hart
lijn
is
droeg
even reëel
leeft,
En nu de andere
maar zooals
God 111
als
de steenen
in
den efod reëel waren. De
het in Christus voor
niet het
God
volk
is,
verschijnt.
lijn.
Wij neigen er vanzelf toe ons en
als
dus dat het volk van God, dat de Heere aanziet,
zooals het op aarde 2^
;
zelf eigenlijk als
de levende personen te beschouwen
een abstractie. Denken wij aan God, dan denken wij aan een oneindig 61
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's