Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 168
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
LOCUS DE SaLUTE.
146
heiligmaking
De
zijn.
een eisch, die
niet
Voorwerpen
En
van
zooverre
in
korenen,
die
heiligmaking
in
Rom.
ligt juist
met de fxoXuauhg
zijn
Deze quaestie
7.
zelf, gelijk
hij
het in zich
goede exegeten zeiden
zij,
deze vraag saamvatten
in
bevond vóór alle
zijn
bekeering of daarna? zijn
orthodoxen en zoo ook
alle
nog
den toestand aan, waarin
zich bevindt; b. in vers 17 stelt
van
verlossing
alzoo
niet
die
uit,
het
onwedergeboren
hieruit: a.
in
hij
het
viyi//
het slot „wie zal mij verlossen" {pia-trxi) slaat
De
lichaam des doods.
staat
wat
dat
dus,
blijkt
c.
volgende
het
blijkens
;
hij
juistheid
de tempora praesentia geven
der Gereformeerde opvatting
verleden
De
het geldt hier Paulus na zijne bekeering.
:
spreekt
:
Paulus spreekt over
:
blijkt
zijn
hoewel wederge-
Dit brengt ons op de
kyLxpTixq.
r~r,g
kan men
Die voorwerpen
zijn.
begrip, dat
't
Maar Augustinus,
toestand vóór zijn bekeering.
over
is
wedergeboren uitverkoren.
:
door Arminianen en Pelagianen geantwoord
is
zijn,
leven aangaat, alleen de uitver-
dit
wedergeboorte en bekeering gekomen
Paulus van zich Steeds
de
neen, in ayixa- fj.bg
nog behept
quaestie van
bekeering gekomen
tot geloof en
zij
heiligmaking zijn daarom
de
het
tot
zijn niet heilig;
boren,
eisch, dat
allen doorgaat.
bij
ervaren
reeds
;
tegendeel
in
deze
hij
Paulus spreekt een reeks van zaken
d.
uitkomt
zijn,
maar waarvan
wordt,
den
juist in
vers 15, 16, 19, 21).
(cf.
gezegd
pericoop
zijn
verlossing van de zonde had
den onwedergeborene 't
tegen-
op
niet vallen
Hieruit
kan onder
hetgeen een onwedergeborene ervaart.
Hoe komt het, dat genoemd kwamen ? vers
Zie
verleden en
5
en
velen tot zulk eene verkeerde voorstelling als hierboven
6,
heden.
zijn
waar
Paulus
Vooral
de
zag men aan voor een nadere uitlegging
len laat, evenals in Gal.
2
ik,
neemt
:
20
tusschen
(^c3-,<?a^i!/ac
in
hij
tot
is
op zekere hoogte neutraal
hij
ïy'^
wisse-
het in Christus, de andere maal
vers 17 en 20.
en buiten Christus gerekend, maakt
in
zijn
enz.
waar het vroeger was een ^ouK^óiu
(de eene maal
Hetzelfde
buiten Christus gerekend).
nl.
—
maakt,
ertoe door vers 14
Die schijnbare tegenspraak ontstaat, doordat Paulus het subject
enz.).
dat
tegenstelling
kwam men
in
De onderscheiding van
vers 18.
met twee
Dat subject
variatiën, de
iyó)
eene maal
het neutrale lyw met het leven in Christus (vs. 18) de andere maal het neu-
trale
lyw met het leven
Paulus abstraheert dus
in
zonde
(vs. 21).
zijn subject lyï»
en neemt het beurtelings
in
gemeen-
schap met Christus en met de zonde. Dr. Kohlbrugge (leerrede over Rom. 7 heeft tegenover
was.
Hij zegt,
door
van
neutraal,
de
maar
Da Costa aangetoond, wat dat een kind van God nog waarheid in
af,
want
is
iyó»
:
14)
de juiste exegese van dat hoofdstuk ligt
onder de zonde, en wijkt daar-
„kind van God", dan
organisch verband met Christus, en
is
-Vw
=
is
het niet
„verkocht onder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's