Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 539
college-dictaat van een der studenten
Hfdst.
Het BEWIJS VOOR DE
II.
G e nes
is
Heilige Drieëenheid UIT DE Openbaring.
105
I.
Als wij dit hoofdstuk opslaan, en met onze manier van spreken daar telkens
weer lezen U'vh^ en
uitging,
ons
wij
is
op ons den indruk, alsof
dit
op dat commando
alsof
genoemd. Dat
maakt
dan
'T?^*''"!..
de voorstelling welke
als
omdat
Juist
zoo
zien, dat het niet
is,
maar dat de woorden
het spreken hier in denzelfden zin als virtutis divinae"
dus
Dat
dit
het
(pxcvofx,iv(jiv
zoo
kan men zien
is,
ro
het
meer
in
Toü
in
3.
—
De
en
,
daar
(pxivó/xevx
staat
nu
is
dus ontstaan
uit
v.q
:
;
— dus
rh
uit
^lt,
wat
Ik jur,
opkomt.
iets
(pxu/ó/xevx
/ar,
bij
dus ontstaan
zijn
hetgeen niet gezien wordt, het
0£o5,
ruste
is,
het
maar
T\)r>'^
waar sprake
is
hier
"ini is
in actie
hij is
ontstaan Ik
de nadere bepaling van
is
mogenheid en scheppingskracht. dus de virtus divina wanneer die
komt, en er alzoo
wordt ons de zaak
duidelijker
Overal blijven
:
de grond, de fons beteekent, waaruit
Ik
is
Hebr. II
0£oi, de virtus divina, de Goddelijke
pr.fjLx
Nog
n
uit
'yeycuéuxi.
/3?.s.7ró/x£vcv
maar dat
Dat niet
anders beduiden, dat
uooj/xcv KxrYjpTia-B-xc rolg (xiCyvxg py](jL%Ti %ioxj
het nln^ "idt
dien wij zien,
KÓ(T/u,ocy
pr.fxx Tolt
TLla-TS'.
Gods,
V\/oord
(pxivó/uevov is, terwijl
De
iets heel
de uitdrukking van de „processus
"I3"n is
waardoor de schepping tot stand kwam; geen uitwendig commando
Daar lezen we toch
rivoi;,
het noodig helder in te
is
een flatus vocis, maar een uitgaan van Goddelijke kracht en mogendheid.
in
door
werd
er
en waarvan
met onze Hollandsche
wij
opvatting onwillekeurig daarheen gedreven worden,
eene stem
kwam wat
ieder, die dit leest, zich vormt,
kunnen losmaken.
moeilijk
door tooverslag
er
van
de
in
Hebr.
schepping,
I
:
iets uit te
zouden wij
altijd
de voorstelling van een commando, maar dat kan
want de
voorschijn treedt.
3.
niet
nog kunnen meer
bij
de
maar tot éen moment, en waar de onderhouding steeds doorgaat, zou dan ook die stem
onderhouding van
alle dingen,
flatus vocis bepaalt zich
moeten voortgaan.
altijd
Hier lezen wij, dat de Zoon
aldoor
dragende door
geen sprake
is
het
is
<pépuiv
Woord
tx ttxvtx tw
zijner
p/;/xxTi rr^q Sovxpce'jig xiroüy
kracht; hier gevoelt
van een uitgesproken woord, maar dat het
is
men
dus, dat
de „exitus virtutis"
waar we nu bedenken dat
omdat
er staat T?,q Suvx/xer^c xirsj, en
in zijn
wortel de beteekenis heeft van „vloeien, uitstroomen", daar klemt het nog
meer dat de woorden
te
pr,u.xTi r?,c Siiuxpawq
beteekenen de uitvloeiing der kracht.
Dat nu nochtans dat woord p?ux gebezigd wordt, en dat
„uitvloeien"
dan zou
het
die stam péicu
niet
een ander woord,
beteekent, heeft weer reden, want stond er zulk een woord,
een
pantheïstisch,
nu echter deze uitdrukking hier
onbewust
uitvloeien
van kracht kunnen
staat, sluit die in, dat wij hier
met opzet gewilde uitvloeiing der Goddelijke kracht.
zijn,
hebben eene
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's