Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 535
college-dictaat van een der studenten
§
De mortuis
3.
Over deze punten bestaat onder de
—
Maar
belijders
van den Christus, die aan de
men verder
anders wordt de zaak, als
geheel
59
van gevoelen.
Schrift vasthouden, geen verschil
er
ante parousiam.
gaat en vraagt, of
de periode, die verloopt tusschen iemands dood en het laatste oordeel,
in
nog zaligmakende genade, nog een v^erk Gods aan een gestorvene kan bewezen worden ? De vraag, of het met den dood uit is, kan men dus permuteeren in deze
of
:
dien
in
dood en de wederkomst des
den
tusschen
tusschenstaat
Heeren nog zaligmakende genade wordt toegebracht ? Reeds
de 3^ en 4e eeuw
in
door de kerk het standpunt ingenomen, dat
is
die in dit leven door de predicatie tot het Evangelie geroepen waren en onbekeerd waren gebleven, voor eeuwig verloren waren. Maar ten opzichte van de nog niet tot het Evangelie geroepen heidenwereld bleef men
diegenen,
houding aannemen.
vragende
eene
bedenkt,
relatie
allerlei
van bloedverwantschap
de
/^xpP<xpot
men
is
't
:
onbekeerd
was en
begrijpelijk,
als
men
dat die christenen door
vriendschap aan die heidenwereld
Xkj^S-o;
onmogelijk,
dat
rijk
zoowel het Oos-
christelijk
de zaligheid erlangen, indien
zij
Immers de overheid was ook
blijven.
oÏKoujuévYi,
was geworden en de heidenen waren geworden, veranderde de denkwijze. Toen zei
Westersche
het
en
en
Zoodra de geheele
de heidenwereld eene andere. als
volkomen
is
Doch gaandeweg werd de verhouding tusschen de kerken
verbonden waren. stersche
Dit
het aantal christenen zeer klein
dat
had men een klemmend argument noodig de heidenen met geweld
te
om
doen doopen.
die
zij
in dit
leven
geworden en nu overheid ertoe te dwingen
christelijk
Anders ontbrak de prikkel
tot
de
missie en tot de taak der overheid te dien opzichte.
En deze Eerst
in
men gevonden
achtte
den
tijd
te
hebben
der Reformatie ging
in het:
„Extra ecclesiam nulla salus."
men weer over
het lot der heidenen
nadenken.
De Roomsche kerk toch begon een ander gevolg te ondervinden van het bovengenoemde standpunt. Het leidde tot de idee der volkskerk, die alles maar doopte. Door zoo talrijke scharen te doopen, kreeg men de heidenwereld de kerk.
in
Heel
merkte
spoedig
men,
zeden en gewoonten. geleid, het
sommige streken
zou
in
zulke
menschen,
vormelijkheid zijn opgegaan.
die
zoo maar den
Dat kon
niet en
heel slecht uit-
oude, heidensche
Dit zou tot verdierlijking van het christendom
kwestie van vroeger, maar nu
nu
dat het er in
De meeste pas gekerstende volken vertoonden nog de
zag.
in
vloekten,
hemel
in
de kerk
zelf
hebben
Vandaar, dat allengs diezelfde
kwam
opduiken.
Men
vroeg, of
die een geheeel anti-christelijk leven leidden,
konden gaan, omdat ze
nu bedacht men deze theorie
:
tot
de kerk behoorden.
binnen de kerk heeft
men de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's