Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 854
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Christo (Pars Tertia).
38
had
Zoon,
als
Hij,
menschelijke
Zoon had
in
hemel en op aarde, maar
onze plaats kracht van God
in
noodig
Hij niet
macht
alle
om
natuur
God de
te
Hij
nam een
ontvangen.
maar
eere daarvan toe te brengen,
Hij
Als
deed
het in onze plaats.
Waar
Hij
koningen. Dit loon
als
nu conformeert
ons is
ons profeten, priesters en de heiligmaking,
niet iets
noodzakelijk uitvloeisel van het „den beelde des Zoons
gelijkvormig worden." („Beeld des Zoons" gestalte, naar
Hij
niet iets aparts, iets bijkomstigs bij
maar een
;
maakt
fó!?^?,
hier
is
genomen
de Middelaars-
in
de menschelijke natuur. Later hierover breeder).
Nog moeten wij even aanstippen, dat Hij van ons overgenomen heeft ons ambt van profeet, priester en koning, waartoe wij geroepen waren, niet alleen zooals wij er toe geroepen waren in het paradijs, maar met datgeen er bij, waartoe wij geroepen waren tengevolge der zonde. Wat soms zoo moeielijk te vatten
schijnt,
n.1.
de onderscheiding tusschen de de dadelijke en
lijdelijke
gehoorzaamheid van Christus, wordt nu glashelder. gehoorzaamheid was, dat
dadelijke
Zijn
mensch
in het paradijs
Hij als priester presteerde,
presteeren moest zonder zonde.
zaamheid bestond daarin, dat
Hij
als priester in
Zijn lijdelijke
wat de gehoor-
de plaats trad van den ge-
mensch in zijn plaats te presteeren had de straf voor de schuld, die door den mensch begaan was. Later zullen wij dit punt breeder toelichten. vallen
Dientengevolge zien,
wie
Christus
is
God was (want
dit
niet
moest
als profeet
alleen
Adam
om te doen om te toonen,
opgetreden
eveneens), maar ook
wie God voor den Zondaar was (wet en Evangelie).
Zoo ook met Koning
het
koningschap.
Christus moest niet alleen
over de natuur, maar ook den
tegen Satan
onze plaats
in
onze plaats Vandaar dat de Catechismus het terecht aldus voorstelt, „dat Hij ons bij de verworvene verlossing beschut en behoudt (cf. Vr. 31). In de Schrift wordt dan ook het koningschap van den Middelaar daarin geteekend, dat alle zijn
strijd
in
opnemen.
vijanden aan zijne voeten zullen onderworpen worden, en als dat geschied is
zijn
koningschap
uit
is,
en geeft Hij het weder aan den Vader.
Het grondmotief ook voor het Middelaarschap en dus ook voor de ambten, die alle uitingen
(omdat
om
hij
van het Middelaarschap
zijn,
moet gezaligd worden), maar kan
kan nooit liggen alleen liggen in
in
deze reden dat de ratio sufficiens voor het bestaan van den
wat den
er
alleen kan liggen in
Schepper aan, dan
motief
deze
is,
ligt
zijn
in
den
is
dat
kóo-^jc zelf,
motief in zich
zelf.
den mensch
God. Eenvoudig en
y.z(rfxs^
al
den Schepper. Neemt men een oorzaak buiten
God
en krijg
dan maak
Daarom
ik
stelt
ik
den
God
naast God.
y.b<r(jLzc
tot
Zeg
ik
:
het
God, want dan heeft
de Schrift het zóó voor, dat de
y.'zcruQq
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's